De verpleegkundige heeft met u gesproken over cupfeeding, ‘drinken uit een kopje’. Uw kind kan misschien nog niet aan de borst drinken of heeft om een andere, medische, reden extra voeding nodig. In deze folder leggen we u uit wat cupfeeding is, waarom het wordt gegeven en hoe u dit zelf kunt doen. Het is heel makkelijk te leren.

Wat is cupfeeding?

Het kan voorkomen dat uw kind na de geboorte niet meteen in staat is aan de borst te drinken of om medische redenen extra voeding nodig heeft. Het is dan beter om die extra voeding, het liefst afgekolfde melk, met een klein cupje te geven. Pasgeboren kinderen kunnen vaak al heel goed uit een cupje drinken. Als u borstvoeding gaat geven is het beter om de melk eerst op deze manier te geven. Uw kind kan de tepel dan niet verwarren met een speen en daarna makkelijker overgaan op borstvoeding. Cupfeeding betekent dat u meteen moet beginnen met kolven. Het voordeel hiervan is dat de borstvoeding sneller op gang komt. De afgekolfde melk kan direct in het cupje worden gegeven. Zo krijgt uw kindje alle stoffen binnen die in moedermelk zitten en went het bovendien aan de geur en smaak van moedermelk. Soms komt de melkproductie wat moeizaam op gang. U kunt de borstvoeding dan tijdelijk aanvullen met kunstmatige voeding.

Wanneer geeft u cupfeeding?

Het geven van voeding per cupje wordt altijd van tevoren met u besproken. De eerste 24 uur zijn kinderen vaak erg slaperig en hebben soms nog weinig interesse in de borst. Dat is geen probleem. Voldragen en gezonde kinderen hebben voldoende reserves om de eerste dagen goed door te komen met weinig melk. Soms moet een kind om een medische reden extra gevoed worden. Bijvoorbeeld als het een te lage bloedsuikerspiegel heeft of te licht of juist te zwaar is.

Hoe geeft u cupfeeding?

  • Zorg voor schone handen en een schoon cupje.

  • Wikkel uw kind in een omslagdoek met de armen op de buik of het lichaam.

  • Neem uw kind half rechtop schoot en laat het hoofd in uw handen rusten. Uw kind kijkt u dus aan.

  • Om het voeden makkelijk te laten verlopen is minimaal 20 ml melk nodig.

  • Laat de rand van het cupje heel licht op de onderlip rusten, oefen er geen druk op uit.

  • Breng het cupje naar de lippen en houd het hierbij een beetje schuin. Het cupje rust licht op de onderlip en de melk raakt de lippen net;

  • Laat een druppel melk uit het cupje op de onderlip vloeien, zodat de belangstelling van uw kind wordt gewekt;

  • Houd vervolgens het cupje zo vast, dat het niveau van de melk tegen de onderlip aankomt. Hierdoor kan uw kind zelf met de tong de melk oplikken uit het cupje. Het is dus belangrijk dat de melk niet naar binnen wordt gegoten;

  • Houd het cupje tijdens de hele voeding in dezelfde positie, haal het niet weg als uw kind even ophoudt met drinken. Uw kind bepaalt zelf het tempo en de grootte van de slokken;

  • Met cupfeeding krijgt uw kind vaak wat meer lucht binnen. Het is dan nodig om het tijdens of na de voeding extra te laten boeren.

Let op! Het is belangrijk dat uw kind goed in de doek is gewikkeld, zoals hierboven beschreven. Zo voorkomt u dat uw kind het cupje uit uw hand slaat of dat de voeding in een golf naar binnen gaat, waardoor uw kind zich kan verslikken.

Pasgeboren baby krijgt cupfeeding

De voordelen

  • Het kost weinig inspanning.

  • Het is een positieve mondervaring.

  • Er kan toch moedermelk gegeven worden, zonder kans op zuigverwarring.

  • Het is makkelijk te leren.

De nadelen

  • Het kind krijgt geen zuigtraining en leert dus niet hoe hij aan de borst moet zuigen.

  • De zuigbehoefte wordt niet bevredigd.

  • Het voeden kan wat langer duren.

  • Het risico op morsen is groter.

  • Bij het te snel geven van cupfeeding is het risico op verslikken groter.

Aandachtspunten

  • Als uw kind meer dan 30 ml bijvoeding per keer krijgt, wordt er overgegaan op de fles.

  • Op de kinderafdeling wordt sonde- of flesvoeding gegeven, geen cupfeeding.

Vragen

Heeft u nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van deze brochure, stelt u deze dan gerust aan de lactatiekundige, verpleegkundige of kraamverzorgende van de afdeling. De afdeling Verloskunde van Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp heeft routenummer 450 en is voor ouders 24 uur per dag telefonisch te bereiken via 071 582 8757.

Terug naar boven