‘Ik was met mijn gezin op een festival toen we werden gebeld door de politie, ik moest direct naar het ziekenhuis,’ vertelt Marlous van Megen uit Cuijk. Haar broer Michiel uit Weesp kreeg op vakantie in Frankrijk hetzelfde bericht. In het ziekenhuis werd verteld dat hun moeder ernstig gewond was en dat ze geopereerd werd aan haar hoofd. Ze was niet meer aanspreekbaar.

‘Mijn moeder had een grote bloeding in haar hoofd’

Marlous: ‘Mijn moeder was 73 jaar en gezond. Ze fietste dagelijks in de omgeving van Millingen, onder Nijmegen, waar ze woonde. Dan ging ze vaak de Duitse grens over. Bij het oversteken vanaf een fietspad in Duitsland is ze aangereden en met haar hoofd op straat geklapt. Daardoor kreeg ze een grote bloeding in haar hoofd.’

‘De artsen in Nijmegen zijn drie dagen bezig geweest om de bloeding aan te pakken,’ aldus Michiel, ‘maar toen moesten ze het opgeven. De scan maakte het duidelijk: de bloeding was te groot, verder behandelen was zinloos.’

‘In het ziekenhuis gingen ze heel prettig met ons om’

Michiel prijst het ziekenhuis de medische staf: ‘De intensive care in het Nijmeegse Radboudumc is groot, net een fabriek, maar toch gingen ze heel prettig met ons om. En alles werd rustig uitgelegd.’

‘Dat oude geel-blauwe kaartje zat in haar portemonnee’

Kort daarna kwam donatie ter sprake. Michiel: ‘We wisten dat ze geregistreerd stond, dus daar schrokken we niet van. Ze had dat oude geel-blauwe kaartje van de registratie nog in haar portemonnee zitten. Het paste bij haar.’

‘Ik had moeite met het doneren van haar hoornvliezen’

Marlous vertelt: ‘Ze had aangekruist dat ze alles wilde doneren, maar ik had grote moeite met haar hoornvliezen. Daar hebben we over gesproken en het was prima als dat niet gebeurde. De transplantatiecoördinator was heel begripvol. Hij heeft ons in het hele traject begeleid. Hij voelde ook precies aan wanneer er ruimte was voor humor of ernst.’

‘Klopt het wel wat één arts zegt?’

Michiel zocht buiten het ziekenhuis extra zekerheid. ‘Een bevriende arts liet ik de scan zien, en die bevestigde wat ons in het ziekenhuis was verteld. Ik dacht: kan ik erop vertrouwen dat alles klopt als iemands leven wordt beëindigd op basis van wat één arts zegt? Maar er bleken wel vijf artsen bij betrokken te zijn, die allemaal onderzoeken doen.’

‘We wisten niet dat de procedure zo lang duurde’

Eén ding liep wat stroever, zegt Marlous. ‘Er was ons niet verteld dat de procedure zo lang zou duren. De behandeling stopte pas als de medische informatie was verzameld, het operatieteam was samengesteld en de ontvangers voor de organen waren gevonden. Dat duurde uren. We nemen het niemand kwalijk, maar bij zoiets heftigs moet de informatie concreet zijn. Achteraf gezien was het prettig dat we veel tijd hadden. Zo konden we tussendoor rustig naar huis.’

‘Ze zijn op de ic zo respectvol’

Die dag schreef Michiel een brief aan zijn moeder. ‘Die heb ik aan haar voorgelezen. Ook al kon ze het niet horen, ik wilde dat graag doen. De arts bleef rond het moment van overlijden ook tegen haar praten, heel bijzonder. Ze gaan op de ic zó respectvol met de patiënten om.’

Ook Marlous was daarvan onder de indruk. ‘Mijn jongste kind van 7 vond alles interessant, hij stelde de hele tijd vragen. Een verpleegkundige ging drie kwartier met hem op een kruk zitten en legde alles uit. Dat had mijn zoon nodig om het te verwerken.’ Michiel voegt toe: ‘Hierdoor konden we ervaren hoe normaal doodgaan is. Dat wordt altijd weggemoffeld, hier dus niet.’

‘De ontvanger van haar nier schreef dat hij zijn leven terug had’

Twee mensen zijn geholpen met Riny’s nieren. Dat geeft troost, zegt Marlous. ‘We kregen een bedankbrief van een van de ontvangers, die schreef dat hij zijn leven weer terug had en elke dag aan de donor dacht. Zó mooi, iemand die haar helemaal niet kent. Dat emotioneerde me erg.’

Michiel: ‘Iedereen zou dit voor anderen moeten doen. Ik snap niet dat sommigen hier zo’n probleem van maken. Als je in Salou op het strand zit met je biertje, ben je daar niet mee bezig, maar als jou iets mankeert, wil je toch ook een orgaan krijgen?’

‘Ik heb mijn registratie veranderd in ja’

Voor Marlous is 1 september een symbolische datum, omdat haar moeder zich op die dag in 1998 had geregistreerd in het Donorregister. ‘Ik had aangegeven dat mijn familie mocht beslissen, maar exact op 1 september heb ik dat gewijzigd in ja.’

‘Het geeft troost dat haar nieren goed terechtgekomen zijn’

'Het was een heftige tijd, zegt Marlous. ‘Maar er is haar een lijdensweg bespaard. Kort na het ongeluk zag ik een vrouw in een rolstoel die niks meer kon. Toen dacht ik: dat had ook kunnen gebeuren.’

Michiel voegt toe: ‘Mijn moeder zei altijd: ik hoop dat ik ooit gewoon omval. Op een paar dagen ziekenhuis na is dat gelukt. En het geeft troost dat haar nieren goed terechtgekomen zijn, dat twee mensen nu weer een goed leven kunnen leiden.’

Bron: Nederlandse Transplantatie Stichting 

Terug naar boven