De kennis en ontwikkeling van behandeling met medicijnen heeft de afgelopen jaren grote sprongen gemaakt en blijft zich verder ontwikkelen. Hierdoor kunnen we nu een deel van de patiënten behandelen waar vroeger geen goede behandelopties voor waren. Ook worden de behandelingen steeds effectiever en hebben we geleerd dat als er een behandeling ingezet wordt, het belangrijk is zo vroeg mogelijk in het ziekteproces te starten om de ziekte zo goed mogelijk af te remmen. Welk middel het meest geschikt is voor de behandeling van MS is van veel factoren afhankelijk (o.a. de vorm van MS, bijwerkingen, monitoring en wens tot zwangerschap) en verschilt dus ook per patiënt. Het is daarom belangrijk de mogelijkheden samen met uw behandeld arts te bespreken zodat met alle factoren rekening gehouden kan worden. Ook bieden wij in ons MS-centrum trials aan voor nieuwe behandelmethoden.

De onderstaande informatie is bedoeld om een overzicht te krijgen van de beschikbare middelen. Deze zijn ingedeeld op basis van de toedieningsvorm. Ook worden er per groep percentages genoemd over het effect, vertaald in de afname van het aantal relapses. Belangrijk hierbij is om te beseffen dat niet alle middelen onderling met elkaar zijn vergeleken en de onderzochte groepen patiënten van elkaar kunnen verschillen in ernst van de ziekte. Hierdoor is de effectiviteit tussen de groepen onderling niet te vergelijken.

Injectables

Injectables kunnen worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS en aan mensen die voor de eerste keer symptomen hebben gehad die wijzen op een hoog risico van het ontwikkelen van MS (CIS). Deze medicatie beïnvloedt de werking van het afweersysteem en vermindert de kans op ontstekingen. Uit onderzoek is gebleken dat alle injectables zorgen voor ongeveer 30% afname van het aantal relapses ten opzicht van placebo. Ook zorgen ze voor minder nieuwe afwijkingen op de MRI-scan. De keuze binnen de groep injectables hangt met name af van factoren zoals bijwerkingen, zwangerschapswens en frequentie van toediening. De werkzame stofnamen zijn interferon-beta (merknaam Avonex, Betaferon, Plegridy, Rebif) en glatirameeracetaat (Copaxone en Glatirameeracetaat Mylan).

Tabletten

Tabletten kunnen worden voorgeschreven aan mensen met relapsing-remitting MS. Ook deze middelen beïnvloeden de werking van het afweersysteem en verminderen op kans op ontstekingen. De werkzame stofnamen zijn dimethylfumaraat (Tecfidera), teriflunomide (Aubagio), fingolimod (Gilenya) en cladribine (Mavenclad). Ook zorgen alle tabletten voor minder nieuwe afwijkingen op de MRI-scan. Net als bij de injectables hangt de keuze af van verschillende factoren zoals bijwerkingen, zwangerschapswens en frequentie van toediening. Bij het gebruik van tabletten is monitoring erg belangrijk, waarbij de frequentie kan wisselen van het eerste half jaar wekelijks tot drie-maandelijks.

Infuustherapie

De infuustherapieën zijn in principe voor mensen met hoog actieve MS; dat wil zeggen dat er 1) frequent aanvallen zijn en/of dat er veel plekjes op de MRI-scan zijn die oplichten na het geven van contrastmiddel, 2) en/of dat er een toename is van het aantal plekjes op de MRI-scan is 3) er blijvende aanvallen zijn ondanks eerdere behandeling. Ook deze middelen hebben hun eigen werking op het afweersysteem. Het zijn de sterkste middelen die er zijn. De therapie zorgt gemiddeld voor 70% afname van de relapses. Ook remmen ze in sterke mate nieuwe afwijkingen op de MRI-scan. De sterke werking op het afweersysteem brengt risico’s met zich mee. Voordat u met deze middelen kan beginnen vindt dan ook screening plaats in onder andere het bloed en wordt ook gekeken of je lichamelijk sterk genoeg bent om dit middel te krijgen. Ook bij deze medicatie is de keuze van het middel afhankelijk van factoren zoals bijwerkingen, zwangerschapswens en frequentie van toediening. Het kan zijn dat een van de middelen af valt doordat bij de screening bepaalde waardes worden gevonden. U wordt nauwkeurig gemonitord en de infusen worden alleen in het ziekenhuis gegeven. De werkzame stoffen zijn natalizumab (Tysabri), alemtuzumab (Lemtrada) en ocrelizumab (Ocrevus).

Terug naar boven