Een MRI-scanner is een grote magneet waar u in wordt geschoven (afbeelding 1). U ligt als het ware in een tunnel, die aan beide kanten open is. De afdeling radiologie heeft twee MRI-apparaten. De diameter van de tunnel verschilt van 60 tot 70 cm. Het af te beelden lichaamsdeel komt in het midden van de tunnel te liggen. Voor onderzoeken van hoofd, nek en schouder komt u met het hoofd in het midden van de tunnel te liggen (afbeelding 2a). Bij onderzoeken van voeten, enkels en knieën blijft u met het hoofd buiten de tunnel (afbeelding 2b). Voor onderzoeken van de bloedvaten in buik en benen wordt u een aantal keren door de tunnel heen en weer geschoven. Bij een MRI van de borsten komt u op de buik te liggen en gaat u met de voeten eerst naar binnen.

MRI-apparaat

Afbeelding 1

Hoofd eerst of voeten eerst?

Hoofd eerst of voeten eerst?: Afbeelding 2a (links) en 2b (rechts)

Om het te onderzoeken lichaamsdeel goed in beeld te brengen is het in veel gevallen noodzakelijk om een extra antenne hier omheen aan te brengen. Deze registreert het signaal, waarmee de MRI- beelden tot stand komen. Deze antennes zijn er in diverse vormen en maten. Meestal gaat het om een flexibel matje. In andere gevallen een harde kap die aldanniet in de onderzoekstafel is verwerkt. Bij de MRI-onderzoeken van het hoofd wordt de antenne om het hoofd bevestigd. Via een opening en een spiegeltje blijft het desgewenst mogelijk naar de uitgang van het MRI-apparaat te kijken (afbeelding 3).

Antenne bij onderzoeken van het hoofd

Afbeelding 3

Terug naar boven