Afdelingen & Specialismen

U bent bij de oogarts geweest en uw ogen zijn onderzocht. Uit het onderzoek blijkt dat u een netvliesaandoening heeft. Deze kan behandeld worden met injecties (prikken) in het oog.In deze folder leest u meer over de behandeling, de voorbereiding en de nazorg bij injecties in het oog.


In het kort

  • U heeft een netvliesaandoening door problemen met de bloedvaatjes in uw oog.

  • De oogarts kan dit behandelen met injecties met anti-VEGF medicijnen.

  • U krijgt dan langere tijd injecties en controles. Tussen elke injectie zit minstens 4 weken.

  • Het oog wordt verdoofd. De oogarts prikt in het oogwit.

  • De voorbereiding en behandeling duren ongeveer 1 kwartier.

  • De behandeling doet geen pijn, wel kan uw oog geïrriteerd zijn. Hiervoor kunt u speciale gel krijgen.

  • Volg de adviezen in deze folder goed op.

  • Problemen na de behandeling? Lees de informatie op pagina (6, 7 en) 8.


Netvliesaandoening

U heeft een netvliesaandoening. Deze ontstaat door problemen met de bloedvaatjes in het oog.
Dit komt onder andere voor bij:
  • slijtage van de gele vlek (macula degeneratie)
  • afsluiting van bloedvaten in het netvlies (veneuze occlusie)
  • afwijkingen aan het netvlies door suikerziekte (diabetische retinopathie)
  • oogontstekingen.
Bij deze aandoeningen is er te veel VEGF aanwezig. Dit zorgt voor:
  • de groei van nieuwe zwakke bloedvaatjes,
  • lekkage van vloeistof uit de bestaande bloedvaten in en onder het netvlies.

oog


De binnenkant van het oog

Waarom deze behandeling?

Wij kunnen uw netvliesaandoening behandelen met anti-VEGF injecties in het oog.
Dit doen we om de lekkage van bloedvaten en de groei van nieuwe bloedvaten te verminderen. Dit gebeurt door het VEGF te blokkeren.

Patiënten die deze injecties krijgen, blijven meestal beter zien dan patiënten die geen injecties krijgen. Dat blijkt uit onderzoek.
Sommige patiënten gaan door de injecties beter zien. Maar meestal zien ze niet meer zo goed als voordat de problemen begonnen.
Het kan ook zijn dat de injecties niet helpen om beter te gaan zien. Maar de injecties kunnen er dan vaak voor zorgen dat het zicht minder snel achteruit gaat.

De behandeling bestaat meestal uit een aantal injecties. Tussen elke injectie zit minimaal 4 weken.
Na – meestal - 3 behandelingen krijgt u een onderzoek en controle op de polikliniek Oogheelkunde. Dan bekijkt de oogarts of de behandeling effect heeft.
Pas na een aantal injecties, meestal 6, kan bekeken worden of het medicijn bij u goed werkt. Sommige patiënten moeten behandeld worden met een ander medicijn.

Het kan zijn dat u langere tijd injecties krijgt. Dit verschilt per persoon en per aandoening. Sommige patiënten blijven jarenlang onder behandeling en controle.

De behandeling werkt het beste als:
  • u het schema van de behandeling goed volgt,
  • op controle komt,
  • en de adviezen van uw oogarts opvolgt.
Vindt u dit lastig? Bespreek dit dan met uw oogarts.

Soorten medicijnen

Aflibercept (Afqlir), bevacizumab (Avastin),Ranibizumab (Lucentis), faricimab (Vabysmo)

Op dit moment zijn er 4 geneesmiddelen voor deze behandeling: Aflibercept, bevacizumab, ranibizumab en faricimab.

Sinds 2005 gebruiken oogartsen over de hele wereld bevacizumab voor de behandeling van oogaandoeningen waarbij lekkende nieuwe bloedvaatjes bij betrokken zijn. Bevacizumab is oorspronkelijk niet ontwikkeld en geregistreerd voor gebruik in het oog. Het middel is ontwikkeld om de groei van nieuwe bloedvaten in tumoren te remmen. Maar het blijkt ook goed te werken om de groei van bloedvaten in het oog te remmen.

Ranibizumab en aflibercept zijn VEGF-remmers die speciaal ontwikkeld zijn voor gebruik in het oog. Deze middelen lijken op bevacizumab. Ze doen ook hetzelfde. Uit onderzoek blijkt dat er geen verschil is in kwaliteit tussen ranibizumab en/of aflibercept en bevacizumab.
Na uitgebreid onderzoek, heeft het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap geadviseerd te starten met bevacizumab bij patiënten die met VEGF-remmers kunnen worden behandeld.

Faricimab is een relatief nieuw middel. Het is goedgekeurd voor de behandeling van natte maculadegeneratie en diabetisch macula oedeem. Dit middel wordt pas gebruikt als andere middelen niet werken.

We zijn voorzichtig met deze behandeling bij:
  • patiënten die recent (minder dan een half jaar geleden) een hart- of herseninfarct hebben gehad,
  • en bij patiënten met een hoge bloeddruk die niet kan worden behandeld.
Is dit bij u het geval? Meld dit dan aan uw arts.
Heeft u een hoge bloeddruk die met medicijnen goed wordt behandeld? Dan kunnen wij u meestal behandelen met bevacizumab.

Andere medicijnen en behandelingen

Heel soms is een injectie met een ontstekingsremmend middel de beste behandeling.
Bij sommige aandoeningen, zoals vaatafsluitingen en diabetische retinopathie, kan een extra behandeling nodig zijn. Bijvoorbeeld laseren van het netvlies.

Uw oogarts bespreekt met u welke behandeling het beste is voor uw oog.

Voorbereiding

Belangrijk: vertel het aan de oogarts als u:
  • Het afgelopen half jaar een hartinfarct of een herseninfarct heeft gehad.
  • Een (hoge) ontregelde bloeddruk heeft, waarbij de behandeling nog moet beginnen of waarbij de behandeling niet helpt.
U mag op de dag van de behandeling geen make-up gebruiken. Verwijder alle make-up op de avond vóór de injectie.
Draag op de dag van de ooginjectie geen contactlenzen.

Behandeling

  • Vlak voor de behandeling krijgt u verdovende oogdruppels.
  • Daarna worden uw oog en oogleden schoongemaakt met povidon-jodiumoplossing.
  • Een ooglid-spreider houdt uw oog open.
  • Daarna spuit de oogarts het medicijn in uw oog.
    U krijgt de injectie in het oogwit. Dit gebeurt aan de zijkant, onderkant of bovenkant, dus niet door de pupil.
  • De behandeling en de voorbereiding duurt ongeveer een kwartier.

De behandeling doet bijna geen pijn. Na de behandeling kunt u nog ongeveer
1 dag wat last hebben (irritatie) van uw oog. Daarom krijgt u na de injectie zalf in het oog. Hierdoor ziet u een tijdlang wazig.

In overleg met uw oogarts kunt u een recept krijgen voor ooggel. Deze gel kunt u op de avond na de injectie in uw oog doen.
Als uw oog geïrriteerd blijft, kunt u de gel ook de volgende 2 dagen gebruiken.
Heeft u na de injectie last van pijn of een branderig gevoel? Doe dan 2 dagen voor de volgende injectie, 3 tot 4 keer per dag ooggel in het te behandelen oog. Ga hiermee door na de injectie tot het branderige gevoel weg is. Als u het oog goed vochtig houdt met de ooggel, heeft u meestal minder klachten na de injectie.

Door het ingespoten medicijn kunt u na de behandeling extra rondzwevende vlekjes, sliertjes en zwarte balletjes zien. Dit verdwijnt na een paar dagen.

Belangrijk!

  • De eerste 2 dagen na de injectie mag u niet in het behandelde oog wrijven.
  • De dag na de behandeling mag u weer make-up gebruiken.
  • uw contactlenzen weer dragen als de ogen weer helemaal normaal aanvoelen. Meestal is dat na 1 of enkele dagen.
  • U kunt na de behandeling niet zelf autorijden.
  • De eerste 3 dagen na iedere injectie mag u niet zwemmen of de sauna bezoeken.
  • Wij adviseren u om direct na de injectie en ook de dag erna geen vliegreis te maken.

Mogelijke bijwerkingen/complicaties (problemen) van injecties in het oog

Bindvliesbloeding

Bij het prikken kan een klein bloedvaatje in het bindvlies worden geraakt. Dan kan er een bloeding op het oogwit ontstaan. Het oogwit wordt dan helemaal of gedeeltelijk rood. Dit is niet ernstig en komt vaak voor. De rode plek verdwijnt vanzelf binnen enkele dagen tot 2 weken.

Pijnlijk oog/gevoelig oog binnen enkele uren na de injectie

Dit kan komen door een droog oog door de verdovings-druppels. Het kan ook ontstaan door een kleine beschadiging van het hoornvlies tijdens het prikken. Dit is meestal snel te behandelen met zalf of ooggel. De pijn wordt hierdoor minder. De klachten zijn niet ernstig. Binnen 1 tot 2 dagen zijn de klachten over. Na de injectie kunt u eventueel pijnstillers nemen, zoals paracetamol.
Heeft u veel last gehad na de injectie? Gebruik dan enkele dagen voor de volgende injectie 3 tot 4 keer per dag ooggel in het te behandelen oog.
U kunt ook een aantal dagen van tevoren uw kunsttranen vaker gebruiken dan normaal.

Oogdrukverhoging

Een verhoogde oogdruk direct na de injectie komt heel weinig voor. Als dit gebeurt, behandelt de oogarts dit meteen.

Krijgt u later last van een verhoogde oogdruk? Dan kan uw oogarts deze meestal goed behandelen met oogdrukverlagende druppels.
Bij injecties met bevacizumab komt deze bijwerking bijna niet voor.
Gebruikt u oogdruppels? Dan kunt u deze voor en na de behandeling gewoon blijven gebruiken. Dit geldt voor oogdrukverlagende oogdruppels en andere oogdruppels.

Kunsttranen en ooggel kunt u voor en na de injectie zelfs wat vaker gebruiken. De eerste dagen na de injectie kan het oog wat sneller uitdrogen.

Glasvochtbloeding

Bij een glasvochtbloeding gaat u plotseling veel slechter zien. U ziet dan zwarte strepen en vlekken. De kans op een glasvochtbloeding is heel klein.

Infectie (ontsteking)

Bij een infectie:
  • wordt het oog rood,
  • u heeft last van licht,
  • gaat veel slechter zien,
  • en het oog doet pijn.
Een infectie in het oog door een bacterie is de ernstigste complicatie, maar komt gelukkig maar weinig voor: bij minder dan 2 op de 1000 injecties.

Neem contact op met de oogarts als de irritatie van de injectie al over is, maar als u daarna toch last heeft van pijn, roodheid en wazig zien. Deze klachten kunnen enkele dagen tot circa 2 weken na de injectie ontstaan.

Netvliesloslating

Een netvliesloslating na een ooginjectie komt zelden voor. U ziet dan een grijze vlek of een soort gordijn. Deze wordt groter en u ziet steeds slechter.
Heeft u deze klachten? Neem contact op met de oogarts.


Complicaties (problemen) na glasvochtinjecties komen gelukkig heel weinig voor. Een infectie of een netvliesloslating moet zo snel mogelijk worden behandeld!

Belangrijk!

  • Wordt uw oog steeds roder en heeft u ook pijn, ziet u wazig of heeft u last van fel licht? Dan kan dit een infectie zijn.
  • Ziet u lichtflitsen, grotere vlekken, beelduitval van delen van het gezichtsveld of ziet u veel slechter? Dan kan het zijn dat u een netvliesloslating heeft of een glasvochtbloeding.

Neem bij deze verschijnselen contact op met uw oogarts of diens (dienstdoende) waarnemer. De telefoonnummers vindt u achterin deze folder.


Tot slot

Wat neemt u mee?
  • uw (geldige) identiteitsbewijs (paspoort, ID-kaart, rijbewijs);
  • uw medicatie-overzicht. Dat is een lijst met de medicijnen die u nu gebruikt. U haalt deze lijst bij uw apotheek.
Heeft u een andere zorgverzekering of een andere huisarts? Of bent u verhuisd? Geef dit dan door. Dat kan bij de registratiebalie in de hal van het ziekenhuis.
Zorgt u ervoor dat u op tijd bent voor uw afspraak? Kunt u onverwacht niet komen? Geeft u dit dan zo snel mogelijk aan ons door. Dan maken we een nieuwe afspraak met u.

Uw team

Op onze polikliniek werken naast de oogartsen ook optometristen, orthoptisten en TOA’s (technisch oogheelkundig assistenten). Zij zullen voorafgaand aan uw bezoek aan de oogarts de vooronderzoeken doen. Houdt u daarom rekening met een langere bezoektijd op onze polikliniek.

Daarnaast is Alrijne Ziekenhuis een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat u onderzocht kunt worden door een coassistent of behandeld kunt worden door een oogarts in opleiding, beide onder directe supervisie van uw oogarts. Heeft u hiertegen bezwaar, meldt u dit dan voor aanvang van de afspraak.

Meer informatie

Deze folder is mede gebaseerd op de patiënten folder “intravitreale injectie” van het NOG. (Nederlands Oogheelkundig Gezelschap). De volledige folder is te vinden op www.oogheelkunde.org. Daar vindt u ook informatie/folders betreffende andere oogaandoeningen.

Voor meer achtergrondinformatie over oogaandoeningen en de behandeling ervan kunt u ook kijken op www.oogartsen.nl. Deze informatieve site wordt onderhouden door onder anderen de oogartsen van Alrijne Ziekenhuis. U vindt er teksten, foto’s, filmpjes en handige links naar bijvoorbeeld patiënten verenigingen.

Vragen

Heeft u nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van deze folder, stelt u deze dan aan uw oogarts of de medewerkers van de polikliniek Oogheelkunde.

De polikliniek Oogheelkunde is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via 071 58 28058 van 08.30 tot 12.00 uur en van 13.30 tot 15.30 uur.

De Spoedeisende Hulp (SEH) van Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp is bij een acute zorgvraag buiten kantoortijden telefonisch te bereiken via 071 582 8905. Tijdens kantooruren kunt u voor acute en niet-acute vragen terecht bij de polikliniek.