Bij een inleiding brengt men de bevalling kunstmatig op gang. Dit gebeurt met medicijnen die de weeën opwekken. Een inleiding vindt altijd plaats in het ziekenhuis onder verantwoordelijkheid van een gynaecoloog. Deze folder geeft algemene informatie. Op pagina 7 vindt u informatie specifiek voor de gang van zaken in Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp. Verklaring van onduidelijke woorden en termen vindt u in de woordenlijst, achter in de folder. Als u gaat bevallen en de gang van zaken niet duidelijk is, kunt u altijd de verpleegkundigen om uitleg vragen.

Waarom wordt een bevalling ingeleid?

De gynaecoloog adviseert meestal een inleiding als hij of zij verwacht dat de situatie voor uw kind buiten de baarmoeder gunstiger zal zijn dan binnen de baarmoeder. De bevalling wordt dan opgewekt op een tijdstip waarop de toestand van het kind nog goed is en men verwacht dat de baby een normale bevalling kan doorstaan. Ook ernstige klachten bij de moeder kunnen een reden zijn om de bevalling in te leiden. Enkele veelvoorkomende redenen voor een inleiding zijn: over tijd zijn, langdurig gebroken vliezen, groeivertraging van het kind en een verslechtering van het functioneren van de placenta.

Over tijd zijn

Als u twee weken na de uitgerekende datum niet bevallen bent, spreekt men van 'over tijd' zijn. U bent dan 42 weken zwanger. De medische term hiervoor is serotiniteit. De gynaecoloog beoordeelt dan de hoeveelheid vruchtwater door middel van echoscopisch onderzoek. Ook wordt een CTG (cardiotocogram) gemaakt, een registratie van de harttonen van de baby. Als uit deze onderzoeken blijkt dat de conditie van het kind achteruitgaat, kan de gynaecoloog adviseren de bevalling in te leiden.

Langdurig gebroken vliezen

Het breken van de vliezen is vaak het eerste teken van het begin van de bevalling. Als de vliezen langer dan 24 uur gebroken zijn, spreekt men van langdurig gebroken vliezen. De bevalling kan dan alsnog uit zichzelf op gang komen. Wel adviseert men meestal een bevalling in het ziekenhuis, omdat er iets meer infectiegevaar bestaat. Bij langdurig gebroken vliezen is het verstandig regelmatig de temperatuur op te nemen. Bij koorts (meer dan 38º C) moet u contact opnemen met de verloskundige of gynaecoloog. Als de vliezen langer dan drie dagen gebroken zijn bij een voldragen zwangerschap, is er weinig kans dat de weeën nog spontaan op gang komen. De gynaecoloog adviseert meestal een inleiding tussen 24 uur en drie dagen na het breken van de vliezen. Als de vliezen vóór de 37 weken breken, wacht men vaak langer met een inleiding zolang er geen tekenen van infectie zijn.

Groeivertraging van de baby

Als de verloskundige of gynaecoloog vindt dat uw baby aan de kleine kant is, onderzoekt men met een echo of dit inderdaad zo is. Ook weinig vruchtwater kan duiden op een (te) klein kind. Regelmatige echo’s kunnen informatie geven over de verdere groei van het kind. Zo nodig vindt ook controle van de conditie van het kind plaats met een CTG. Bij onvoldoende groei of dreigende achteruitgang van de conditie van uw kind, kan de gynaecoloog een inleiding adviseren.

Achteruitgaan van de functie van de placenta

De baby krijgt voeding en zuurstof via de placenta (moederkoek). Bij bijvoorbeeld een te hoge bloeddruk of suikerziekte tijdens de zwangerschap, kan de placenta minder goed gaan functioneren. Als het dan voor het kind beter lijkt om geboren te worden, bespreekt de gynaecoloog een inleiding.

Andere redenen

Er zijn nog vele andere redenen voor een advies om een bevalling in te leiden. Deze kunnen te maken hebben met het verloop van de vorige bevalling of met andere bijkomende problemen tijdens de huidige zwangerschap. In sommige ziekenhuizen spreekt men soms op verzoek van de zwangere een inleiding af zonder dat hiervoor een medische reden bestaat. Gynaecologen verschillen soms van mening over de noodzaak van een inleiding. Twijfelt u eraan of het echt nodig is de bevalling in te leiden, bespreek dit dan met uw gynaecoloog. Mocht u er samen niet uitkomen, dan kunt u desnoods ook een andere gynaecoloog in dit ziekenhuis of in een ander ziekenhuis om een tweede mening vragen.

Voorbereiding

Om te beoordelen of het mogelijk is de bevalling op gang te brengen, doet de gynaecoloog een inwendig onderzoek. Vaak gebeurt dit op de polikliniek. Meestal is het mogelijk om al voor de inleiding een kijkje op de verloskamers te nemen. Over het algemeen moet u dezelfde spullen meenemen als bij een 'gewone' bevalling: kleding voor uzelf voor tijdens en na de bevalling, toiletartikelen en babykleertjes. Ook is het verstandig wat ter ontspanning en tijdverdrijf mee te nemen. De eerste uren zijn er soms nog niet zoveel weeën. Afleiding kan dan plezierig zijn.

Wanneer is een inleiding mogelijk?

Een inleiding is pas mogelijk als de baarmoedermond al een beetje open en verweekt is. Verloskundigen en gynaecologen gebruiken hiervoor de term 'rijpheid'. Op de tekeningen ziet u voorbeelden van een rijpe en een onrijpe baarmoedermond. Een onrijpe baarmoedermond is nog lang en voelt stevig aan. Dit noemt men een 'staande' portio (portio is het medische woord voor baarmoedermond). Meestal is er nog geen ontsluiting. Een rijpe baarmoedermond is over het algemeen korter. Men spreekt dan over een 'verstreken' portio. Deze voelt ook weker aan en vaak is er al wat ontsluiting. In dat geval is het mogelijk een inleiding af te spreken.

Baarmoedermond rijp en onrijp

Bron afbeelding:

http://www.newhealthadvisor.com/1-cm-Dilated-50-Effaced.html

Het 'rijp' maken van de baarmoedermond

Wanneer de baarmoedermond onrijp is en er toch een dwingende reden is om de bevalling op gang te brengen, kan de gynaecoloog adviseren de baarmoedermond 'rijp' te maken. In medische termen spreekt men dan van 'primen' (Engels voor voorbereiden).

Methoden om de baarmoedermond rijp te maken

De meest toegepaste methode is het inbrengen van prostaglandinen in de vagina (schede) of bij de baarmoedermond. Prostaglandinen zijn hormonen die de rijpheid van de baarmoedermond bevorderen; ze spelen ook een rol bij het op gang komen van de bevalling. Prostaglandinen zijn er in tabletvorm, in geleivorm (gel) en in de vorm van een kleine tampon/veter. In Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp wordt meestal gebruik gemaakt van de tabletvorm. In sommige gevallen wordt er gebruik gemaakt van een ballonkatheter. De gynaecoloog of verloskundige bespreekt met u welke methode wordt toegepast.

Wat gebeurt er bij het rijp maken?

Het inbrengen van het een tablet kan gebeuren door middel van een vaginaal toucher (het voelen met vingers in de vagina). De arts brengt met de vingers het prostaglandinetabletje diep in de vagina in, in de buurt van de baarmoedermond. Dit is meestal niet pijnlijk, hoewel het inwendig onderzoek onplezierig kan zijn. Het middel kan ook met behulp van een spreider (speculum) ingebracht worden. Het inbrengen van de spreider geeft soms een onaangenaam gevoel.

Na afloop

Na afloop is er vaak wat bloedverlies. U hoeft daar niet van te schrikken. Na het inbrengen controleert men de conditie van het kind met behulp van een CTG. Zeker bij een erg onrijpe baarmoedermond is het nogal eens nodig de behandeling te herhalen, soms gedurende een paar dagen. Prostaglandinen maken niet alleen de baarmoedermond rijp, maar ze kunnen ook weeën veroorzaken. Vaak ontstaan er na het inbrengen harde buiken. Dit zijn meestal nog geen weeën. Men spreekt pas van weeën als er ontsluiting ontstaat. Soms gaan de harde buiken wel over in weeën en komt de bevalling spontaan op gang.

Het inleiden van de bevalling

Bij een inleiding brengt men de weeën op gang en controleert men de conditie van het kind.

Het opwekken van de weeën

Het op gang brengen van de weeën gebeurt vaak door middel van een infuus. Men brengt een naaldje in een bloedvat van uw hand of onderarm en sluit daarop een dun slangetje aan. Een pomp dient medicijnen (oxytocine) toe om de weeën op gang te brengen. De dosering gaat stapsgewijs omhoog. Geleidelijk beginnen dan de weeën. Een andere methode van opwekken van weeën is het inbrengen van prostaglandinetabletjes in de vagina. Dit gebeurt op dezelfde wijze als eerder beschreven bij het rijpen van de baarmoedermond.

Controle van het kind en de weeën

Men controleert de conditie van uw kind met een CTG. Dit kan uitwendig, via de buik, gebeuren. Meestal wordt een draadje (schedelelektrode) op het hoofd van het kind vastgemaakt om de harttonen te registreren. Dit gebeurt via een inwendig onderzoek. Daarbij breekt men ook de vliezen. U voelt dan warm vruchtwater via de vagina naar buiten stromen. Ook kan de verloskundige of arts een dun slangetje (drukkatheter) in de baarmoeder inbrengen om de sterkte van de weeën te meten. Soms laat men dit achterwege of registreert men de weeën met een band om de buik.

Hoe gaat de bevalling verder?

Na het starten van de inleiding is het verloop in principe hetzelfde als bij een 'normale' bevalling. De weeën worden langzamerhand heviger en pijnlijker. Over het algemeen heeft u de vrijheid om de weeën op uw eigen manier op te vangen: zittend in een stoel, staand naast het bed, of liggend of zittend in bed. De uitdrijving (het persen) en de geboorte van het kind en de moederkoek gaan niet anders dan bij een 'normale' bevalling. De geboorte van het kind vindt over het algemeen binnen 24 uur plaats. Naarmate de baarmoedermond rijper is, gaat de ontsluiting vaak sneller. Ook gaat de bevalling van een tweede of volgend kind meestal spoediger dan die van een eerste. Bij een inleiding met prostaglandinen zijn er vaak eerst veel harde pijnlijke buiken zonder dat dit nog echte ontsluitingsweeën zijn. Zijn de ontsluitingsweeën te pijnlijk, dan kunt u om pijnstillers vragen.

Na de bevalling

Na de geboorte kijkt de arts of verloskundige uw kind na. Als daar een reden voor is, doet de kinderarts dit. Ongeveer een uur na de geboorte van de moederkoek verwijdert de verpleegkundige het infuus. Meestal kunt u binnen 24 uur weer naar huis. Vaak is dit de volgende ochtend. Soms adviseert men om langer te blijven, zoals bij langdurig gebroken vliezen of bij suikerziekte. Uw kind wordt dan nog een of enkele dagen in het ziekenhuis geobserveerd. Bij een kind met een laag geboortegewicht of bij een te vroeg geboren baby duurt de opname op de kinderafdeling soms langer. In zo’n situatie mag u zelf nog 48 uur in het ziekenhuis blijven. Soms maakt uw eigen gezondheid het nodig om langer te blijven, bijvoorbeeld in verband met een hoge bloeddruk of ruim bloedverlies waarvoor een bloedtransfusie noodzakelijk is.

Wie zijn er bij de bevalling aanwezig?

Omdat er een medische reden bestaat om de bevalling in te leiden, krijgt u een medische indicatie om in het ziekenhuis te bevallen. In principe begeleidt de klinisch verloskundige de bevalling. Deze verloskundige werkt onder verantwoordelijkheid van de gynaecoloog en overleggen nauw met elkaar. Naast verpleegkundigen kunnen er ook leerling-verpleegkundigen of coassistenten (medische studenten) aanwezig zijn.

Risico's en complicaties

Bij elke bevalling kunnen complicaties optreden, of de bevalling nu wordt ingeleid of niet. We bespreken hier een aantal complicaties die met een inleiding kunnen samenhangen.

  • Langdurige bevallingAls men met de inleiding begint terwijl de baarmoedermond nog niet goed rijp is, bestaat er een grotere kans op een langdurige bevalling. Soms wordt geen volledige ontsluiting bereikt en is een keizersnede noodzakelijk.

  • Uitgezakte navelstrengBij het breken van de vliezen kan de navelstreng uitzakken langs het hoofd van het kind als dit niet goed is ingedaald, of bij een stuitligging langs het stuitje. Een keizersnede is dan noodzakelijk. Beschadiging door het inbrengen van de drukkatheter De drukkatheter is een dun slangetje dat men nogal eens bij een inleiding in de baarmoeder brengt om de kracht van de weeën te controleren. Als dit slangetje niet goed terechtkomt, kan een bloeding vanuit de moederkoek of een beschadiging van de baarmoeder optreden. Dit komt zeer zelden voor. Een keizersnede kan dan noodzakelijk zijn.

  • HyperstimulatieHierbij komen er te veel weeën te snel achter elkaar. Als dit lang duurt kan zuurstofgebrek bij de baby optreden. Meestal is het mogelijk hyperstimulatie te verhelpen door de stand van de infuuspomp te verlagen. Soms is een weeënremmend medicijn noodzakelijk. Daardoor keren de weeën weer met normale pauzes terug.

  • Sneuvelen van het infuusDit is in wezen geen echte complicatie. Wel vinden vrouwen het vaak vervelend als er opnieuw een infuus in de hand of in de arm ingebracht moet worden.

  • Infectie van de baarmoederAls de vliezen gedurende lange tijd gebroken zijn, is er een iets groter risico op een infectie van de baarmoeder tijdens en na de bevalling. Dit is eigenlijk ook geen echte complicatie van de inleiding zelf, maar hangt samen met de reden van de inleiding.

  • Ontsteking op het hoofd of de bil van het kindZoals beschreven, maakt men bij een inleiding een draadje in de hoofdhuid van de baby vast om de harttonen te registreren (schedelelektrode). Bij een kind in stuitligging wordt het draadje op de bil bevestigd. Een enkele keer ontstaat een ontsteking op de plaats waar de elektrode is vastgemaakt. Dit is niet ernstig, maar wel vervelend voor het kind.

De meeste inleidingen verlopen zonder complicaties en de risico's van een ingeleide bevalling zijn meestal niet groter dan die van een normale bevalling. Wel is het noodzakelijk dat een inleiding onder goede controle en begeleiding plaatsvindt. Tot slot een opmerking over de veelgehoorde opvatting dat een ingeleide bevalling pijnlijker zou zijn dan een normale bevalling. Dit is moeilijk te bewijzen, omdat geen twee bevallingen hetzelfde zijn.

Kunt u zelf iets doen om de bevalling op gang te brengen? Zijn er alternatieven?

Een veelgestelde vraag is of u zelf wat kunt doen om de bevalling op gang te brengen. Helaas valt dit vaak tegen. Hoewel sommigen wonderolie aanbevelen, is het nut nooit bewezen. Wel kan dit middel vervelende darmkrampen geven. Een andere mogelijkheid om de bevalling zonder inleiding op gang te brengen is 'strippen'. De verloskundige of gynaecoloog maakt dan met de vingers tijdens het toucher de baarmoedermond los van de vliezen. Dit kan pijnlijk zijn. Daarna treedt nogal eens bloedverlies op, wat geen kwaad kan. Bij een onrijpe baarmoedermond heeft strippen weinig zin. De kans dat een bevalling daarna spontaan begint, is klein. Mocht u bezwaren hebben tegen een inleiding, bespreek dit dan met uw verloskundige en/of gynaecoloog. Soms is er een alternatief mogelijk, zoals het nauwkeurig controleren van de conditie van het kind terwijl u afwacht tot de bevalling uit zichzelf op gang komt.

Inleiden van de bevalling in Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp

Op de dag van de geplande inleiding belt u om 06:00 uur naar de verloskamers. U krijgt dan een verpleegkundige van de verloskamers aan de lijn, die u zal vertellen hoe laat u wordt verwacht. In principe wordt u tussen 06.30 en 07.00 uur op de verloskamers verwacht (4e verdieping, routenummer 450, verloskamers). Het kan voorkomen dat er nog geen kamer vrij is als u komt. Is dat het geval, dan wordt met u overlegd om later op de ochtend te komen of terug te bellen voor verdere afspraken. Als u al opgenomen bent, krijgt u aangepaste informatie. Bij aankomst meldt u zich aan de balie van de verpleegafdeling. Een verpleegkundige brengt u naar een verloskamer. Vervolgens wordt eerst een CTG gemaakt om de conditie van de baby te beoordelen. Hierna beoordeelt de klinisch verloskundige u en hoort u voor welke behandeling u in aanmerking komt. Soms is dit bij het polikliniekbezoek al bepaald. Omdat er medicijnen worden toegediend, vindt de behandeling plaats in het ziekenhuis en zal er regelmatig controle zijn van de conditie van de baby met behulp van het CTG. Het is mogelijk dat het een aantal dagen duurt voor de bevalling plaatsvindt. Al die tijd blijft u opgenomen in het ziekenhuis. Op de verloskamer geldt de regel dat er maximaal twee familieleden aanwezig zijn bij de bevalling. Indien uw conditie en die van uw kindje het na de bevalling toelaat, kunt u het ziekenhuis dezelfde dag nog verlaten.

Tot slot

Denkt u eraan bij ieder bezoek aan het ziekenhuis een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitsbewijs, rijbewijs) en uw zorgverzekeringspas mee te nemen. Zijn uw gegevens (verzekering, huisarts etc.) gewijzigd, geeft u dit dan door bij de patiëntenregistratie in de hal van het ziekenhuis.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, aarzel dan niet die met uw gynaecoloog of verloskundige te bespreken. De

polikliniek Verloskunde/Gynaecologie

is telefonisch bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 08.30-12.00 en van 13.30-16.30 uur op 071 582 8048. De

verloskamers

zijn 24 uur per dag te bereiken op 071 582 8747.

Woordenlijst

CTG

CardioTocoGram; registratie van de hartslag van het kind en de weeënactiviteit om de conditie van de baby in de gaten te houden.

Drukkatheter

Dun slangetje dat men in de baarmoeder brengt om de kracht van de weeën te beoordelen en om na te gaan hoe vaak zij komen.

Gelei of gel

Prostaglandinen die in geleivorm in de schede worden ingebracht om de baarmoedermond rijper te maken of de bevalling op gang te brengen.

Inleiden

Het op gang brengen van de bevalling.

Oxytocine

Medicijn dat de weeën op gang brengt; andere naam is Syntocinon.

Pethidine

Sterk pijnstillend middel.

Placenta

Moederkoek.

Portio

Baarmoedermond.

Primen

Rijp maken van de baarmoedermond zodat deze geschikt wordt voor inleiding.

Prostaglandine

Hormoon dat de baarmoedermond rijp maakt of de bevalling op gang brengt.

Ruggenprik

Een vorm van pijnstilling tijdens de ontsluiting, waarbij via een prik tussen twee ruggenwervels pijnstillende medicijnen worden toegediend (epidurale anesthesie)

Remifentanil

Pijnstilling door middel van een infuus met “pompje”. Hiermee kan u zelf de pijnstilling (veilig)toedienen.

Schedelelektrode

Dun draadje dat op het hoofd van de baby geplaatst wordt om de harttonen te registreren.

Serotiniteit

Een zwangerschap die langer dan 2 weken na de uitgerekende datum blijft bestaan. Spreider Instrument waarmee de verloskundige of arts via de vagina naar de baarmoedermond kijkt (ook wel speculum genoemd).

Vaginaal toucher

Inwendig onderzoek in de schede met twee vingers om de opening van de baarmoedermond te beoordelen.

Terug naar boven