Oorzaak

Slijtage (artrose) van het gewrichtsvlak tussen zowel het spaakbeen en de polsbotjes als de polsbotjes onderling, waardoor het bewegen van de pols pijnlijk is. De gewrichtsvlakken zijn niet meer te herstellen en er bestaat geen behandeling met minder ingrijpende gevolgen.

Behandeling

De plastisch chirurg stelt de diagnose aan de hand van een lichamelijk onderzoek en een röntgenfoto. Soms is het ook nodig om een CT-scan te maken.

De operatie vindt plaats in dagbehandeling onder regionale verdoving. U gaat met gips naar huis. De pols kan na deze behandeling niet meer buigen, strekken of naar de zijkant bewegen. Het draaien van de onderarm en de beweeglijkheid van de vingers blijft in principe gelijk. Vaak is ook sprake van enige krachtsvermindering (tot 40% van normaal). Dit geeft in het dagelijks leven meestal geen beperkingen. De pijn in de pols zal langzaam afnemen, maar gedurende het eerste jaar na de operatie kan er sprake zijn van wisselende pijn in de pols als de hand weer meer gebruikt wordt.

Nabehandeling

Na de operatie krijgt u een gipsverband. Twee weken na de operatie komt u terug op de polikliniek voor controle van de wond, het gipsverband wordt dan ook verwijderd. De handtherapeut zal een afneembare spalk aanmeten welke tot 6 weken na de operatie wordt gedragen. Na 6 weken komt u voor controle bij de plastisch chirurg en wordt er een röntgenfoto van de pols gemaakt. Ook bouwt u in overleg met de hand therapeut het gebruik van de spalk af. Er zal dan gestart worden met oefeningen om de kracht van de armspieren weer op te bouwen. Ongeveer 3 maanden na de operatie heeft u nog een controleafspraak met de plastisch chirurg.

Terug naar boven