Fostimon is een middel dat wordt toegediend via een injectie onder de huid. Elke injectieflacon mag maar één keer worden gebruikt en de injectie moet worden gebruikt zodra deze is klaargemaakt. De te injecteren oplossing voor injectie moet enkele ogenblikken voor de injectie worden klaargemaakt. Ieder injectieflacon is voor eenmalig gebruik.

Bewaren

  • Bewaar Fostimon onder de 25 graden.
  • Als het warmer is in huis, bewaar het dan in de koelkast.
  • Bewaar de injectieflacon en de voor gevulde spuit met oplosmiddel in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht.
  • Gebruikt u het middel altijd direct na bereiding.

Klaarmaken en toedienen

De fertiliteitsassistente zal u uitleggen hoe u de injectiespuit moet klaarmaken en toedienen. U dient deze injectie dagelijks te injecteren, het liefst in de avond en rond hetzelfde tijdstip.

Zorg voor een schoon werkoppervlak en was uw handen voordat de oplossing wordt klaargemaakt. Leg de volgende toebehoren klaar op het gereinigde werkvlak:

  • één injectieflacon met FOSTIMON SET-poeder;
  • één voor gevulde spuit met oplosmiddel;
  • één lange naald voor het klaarmaken van de injectie;
  • één kleine naald voor subcutane injectie.

Fostimon klaarmaken, injectie met 1 injectieflacon met poeder

  • Verwijder de dop van de voor gevulde spuit; bevestig de grote naald aan de injectiespuit.
  • Leg de spuit voorzichtig op het gereinigde werkvlak.
  • Raak de naald niet aan.
  • Haal de gekleurde plastic dop van de injectieflacon met poeder door deze zachtjes omhoog te drukken.
  • Pak de spuit, verwijder het beschermkapje van de naald en injecteer langzaam het oplosmiddel in de injectieflacon met poeder via het midden van de bovenzijde van de rubberen stop. Druk de zuiger stevig omlaag om alle oplosmiddel op het poeder te spuiten. De injectiespuit is voorzien van een beveiliging om onbedoeld terugtrekken van de zuiger te voorkomen en de injectiespuit beter te kunnen hanteren tijdens het toedienen van een injectie.

Schud de injectieflacon niet, maar rol hem zachtjes tussen de handen totdat het poeder volledig is opgelost, waarbij u ervoor zorgt dat er geen schuim ontstaat.

  • Zodra het poeder volledig is opgelost (wat meestal onmiddellijk gebeurt), zuigt u de oplossing traag op in de spuit.
  • Keer de injectieflacon ondersteboven, terwijl de naald nog in de injectieflacon steekt.
  • Zorg ervoor dat het uiteinde van de naald zich onder het vloeistofoppervlak bevindt.
  • Trek zachtjes aan de zuiger om alle FOSTIMON SET-oplossing in de spuit te zuigen.
  • Controleer dat de oplossing helder en kleurloos is.

Fostimon injecteren

  • Plaats het beschermkapje op de naald zodra de spuit de voorgeschreven dosis bevat. Haal de lange naald van de spuit en vervang deze door de dunne naald voor subcutane injectie (inclusief het bijbehorende beschermkapje).
  • Druk de dunne naald stevig op de spuit en draai het een beetje om ervoor te zorgen dat het volledig vastgeschroefd is, en om een goede afdichting te maken.
  • Verwijder het beschermkapje van de naald. Houd de spuit zo vast dat de naald omhoog wijst en tik zachtjes tegen de zijkant van de spuit om ervoor te zorgen dat eventueel aanwezige luchtbelletjes naar boven gaan.
  • Druk vervolgens op de zuiger totdat er een druppel vloeistof uit het uiteinde van de naald komt. Gebruik de vloeistof niet als deze deeltjes bevat of troebel is.

De injectieplaats

  • Uw arts of verpleegkundige heeft u al verteld waar u het geneesmiddel moet injecteren. De plaatsen die hiervoor het meest gebruikt worden zijn: in het bovenbeen of in de buik.

De naald inbrengen

  • Knijp de huid stevig samen. Steek met de andere hand de naald met een snelle prikbeweging onder een hoek van 45° of 90° in de huid.

De oplossing injecteren

  • Injecteer de oplossing onder de huid zoals men U getoond heeft. Injecteer de oplossing niet rechtstreeks in een ader. Druk de zuiger langzaam en gestaag in, zodat de oplossing op de juiste wijze wordt geïnjecteerd en het huidweefsel niet beschadigd raakt. Neem zoveel tijd als nodig is om de voorgeschreven hoeveelheid oplossing te injecteren. Zoals beschreven in de bereiding van de oplossing, afhankelijk van de dosis voorgeschreven door uw arts hoeft u niet het volledige volume van de oplossing te gebruiken.

De naald verwijderen

  • Trek de injectiespuit snel uit de huid en oefen druk uit op de injectieplaats met een doekje met een desinfecterend middel. Door het zachtjes masseren van de injectieplaats – terwijl u tegelijkertijd druk blijft uitoefenen – wordt de FOSTIMON SET-oplossing sneller verspreid en wordt eventueel ongemak verlicht.

Bijwerkingen

Vaak, komt voor bij 1 tot 10 gebruikers per 100:

  • hoofdpijn
  • opgeblazen gevoel
  • constipatie
  • pijn op de injectieplaats

Soms, komt voor bij 1 tot 10 gebruikers per 1000:

  • overactieve schildklier
  • stemmingswisselingen
  • vermoeidheid
  • duizeligheid
  • kortademigheid
  • neusbloedingen
  • misselijkheid, indigestie, buikpijn
  • huiduitslag, jeuk
  • opvliegers
  • blaasontsteking
  • borstvergroting, pijn in de borst
  • moeite om het bloeden te stoppen
  • roodheid, pijn en blauwe plekken kunnen optreden op de injectieplaats

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in deze bijsluiter staan of indien u het niet vertrouwd.

Terug naar boven