Via de huisarts bent u doorverwezen naar het ziekenhuis omdat uw baby veel huilt. In deze folder leest u hoe we in Alrijne Ziekenhuis omgaan met baby's die veel huilen. Op de kinderafdeling observeren we eerst wat mogelijke oorzaken kunnen zijn en vervolgens ook of er behandelingen mogelijk zijn. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen of is iets niet duidelijk, aarzel dan niet dat met uw arts te bespreken. Deze folder is een algemene richtlijn en kan afwijken van de afspraken die de kinderarts met u maakt.

Waarom huilt uw baby?

Bij baby’s is er altijd samenhang tussen de lichamelijke, sociale en psychische toestand. Zo kan een baby via huilen laten blijken aan zijn ouders dat hij of zij pijn heeft of zich op een andere manier niet prettig voelt. Ouders en hun baby moeten na de geboorte aan elkaar wennen. Het kan in het begin lastig zijn om elkaar goed te begrijpen. Huilende baby s zijn heel normaal. Gezonde en goed groeiende zuigelingen huilen vaak in de avonduren. Dit begint al in de eerste weken na de geboorte, met een piek bij zes weken en neemt enigszins af als het kind vier tot vijf maanden oud is. Een baby die veel huilt kan bij de ouders leiden tot gevoelens van onzekerheid, twijfel en het gevoel te falen. Zeker als het huilen van uw baby niet stopt. Veel ouders raadplegen een arts, als hun kindje vaak huilt. Wij vinden het belangrijk dat u ondersteuning kunt krijgen als dit nodig is.

Opname in het ziekenhuis

Na het bezoek bij de kinderarts is er samen met u besloten om uw baby op te nemen op de kinderafdeling. Op deze manier kunnen we uw baby verder observeren, een oorzaak zoeken voor het huilgedrag van uw baby en u een periode ontlasten. Een opname van een baby die veel huilt komt regelmatig voor in dit ziekenhuis. In deze folder beschrijven we wat u tijdens de opname kunt verwachten. Vaak duurt een opname ongeveer een week, soms iets langer. Gedurende de opname is er een multidisciplinair team betrokken bij u en uw kind: een kinderverpleegkundige, pedagogisch medewerker en een kinderarts. Als het nodig is, worden soms ook een fysiotherapeut, maatschappelijk werker, psycholoog, pre-logopediste en een lactatiekundige betrokken.

Periode 1: observatieperiode

De eerste dagen van de opname (meestal 2 tot 3 dagen) zijn gereserveerd voor een observatieperiode. We beginnen met een uitgebreid gesprek waarin we zo goed mogelijk te weten willen komen hoe de thuissituatie is. Het opnamegesprek vindt meestal plaats door een medisch pedagogisch zorgverlener en een kinderverpleegkundige. In de observatieperiode wordt er in principe niets veranderd. We houden bij voorkeur het schema en de gewoontes van thuis aan. Het huilgedrag van uw baby brengen we in kaart op een zogenaamde huillijst. Met verschillende kleuren wordt hierop inzichtelijk gemaakt op welke delen van de dag uw baby huilt. Tijdens deze periode mogen de ouders blijven slapen in het ziekenhuis, maar we adviseren u om thuis te gaan slapen om aan de nodige rust toe te komen. U kunt dit bespreken met de verpleegkundige of de medisch pedagogisch zorgverlener.

Periode 2: stappen nemen

Aan het einde van de eerste periode overleggen de betrokken disciplines samen om te beslissen welke stappen er nu genomen moeten worden. Vaak zijn dit aanpassingen in voeding of het dagritme, of start uw baby met bepaalde medicatie. Soms wordt er aanvullend medisch onderzoek afgesproken of schakelen we andere disciplines in. Bovenal proberen we niet te veel veranderingen tegelijk in te zetten. Zo kunnen we goed zien wat het effect is van een aanpassing in bijvoorbeeld dagritme, voeding of medicatie. Gedurende de opname zult u regelmatig spreken met verpleegkundigen, medisch pedagogisch zorgverlener en kinderartsen. In deze gesprekken kunt u uw vragen en zorgen neerleggen. Wij proberen u waar mogelijk te ondersteunen. In deze fase van de opname kan de medisch pedagogisch zorgverlener u ook instrueren in babymassage. We ervaren dat babymassage ondersteunend kan werken. Ook ondersteuning door middel van video interactie begeleiding is mogelijk. De medisch pedagogische zorgverleners en een aantal kinderverpleegkundigen kunnen u hier meer over vertellen.

Weer naar huis

Als u met uw baby thuis komt, kunt u het (dag)ritme volgen dat met u op de kinderafdeling is besproken. Het kan voorkomen dat baby’s bij thuiskomst iets meer huilen dan in het ziekenhuis, maar vaak kunt u snel het afgesproken (dag)ritme oppakken. Als uw baby naar huis mag, wordt ook het vervolgtraject besproken. We kijken goed naar wat er moet gebeuren om bij thuiskomst met uw gezin verder te gaan. Hier zijn meerdere mogelijkheden voor. Meestal komt uw baby nog terug voor poliklinische zorg in het ziekenhuis bij de kinderarts. Regelmatig schakelen we ook extra hulp in van bijvoorbeeld Cardea (Jeugd- en Opvoedhulp organisatie). Zo kunt u thuis ook terug kunt vallen op begeleiding als dat wenselijk is. Bovendien wordt contact opgenomen met de huisarts en het consultatiebureau om de zorg een goed vervolg te kunnen geven. De medisch pedagogisch zorgverlener neemt een week na ontslag telefonisch contact met u op om te horen hoe het thuis gaat.

Tot slot

Als u na het lezen van deze informatie vragen heeft, stelt u deze dan aan een van de verpleegkundigen of medisch pedagogisch zorgverleners. U kunt ook bellen met de afdeling Kind en Jeugd: 071 582 8020

Terug naar boven