In aanvulling op de mondelinge informatie die u van uw gynaecoloog heeft gekregen, krijgt u deze folder met informatie over de Bartholinische cyste.

Wat is een Bartholinische cyste?

Links- en rechtsonder bij de ingang van de vagina zitten de zogenoemde klieren van Bartholin. Deze kleine onzichtbare klieren produceren vocht bij het vrijen. Als de afvoergang van een van de klieren verstopt raakt, hoopt het vocht zich op en ontstaat een pijnlijke bult. We noemen dit een Bartholinische cyste. De cyste kan ook ontstoken raken (bartholinitis) wat vaak veel pijn veroorzaakt.

Behandeling

Als een Bartholinische cyste ontstoken raakt, kan een kleine operatieve ingreep nodig zijn. Dit kan afhankelijk van een aantal factoren, op de polikliniek of op de operatiekamer gebeuren.

Openen van de cystewand op de polikliniek

Nadat de huid verdoofd is met een injectie wordt een klein sneetje in de cystewand gemaakt. Hierdoor kan de inhoud van de cyste weglopen. Vaak zal er aansluitend een slangetje in de cyste geplaatst worden zodat eventuele verdere cyste-inhoud in de opvolgende dagen nog af kan lopen. Dit slangetje wordt na enkele dagen op de polikliniek verwijderd.

Openen van de cystewand op de operatiekamer

Op de operatiekamer wordt de verdoving door de anesthesioloog geregeld. Dit gebeurt meestal met een ruggenprik (spinaal). Er wordt een klein sneetje in de cystewand gezet waarna de cystewand meestal met een aantal hechtingen wordt vastgezet op de huid (marsupialisatie). Hierdoor blijft de cyste enige tijd open waardoor de cyste minder makkelijk opnieuw verstopt. De hechtingen lossen vanzelf op dus hoeven niet verwijderd te worden.

Verwijderen van de cyste (cyste extirpatie)

In sommige gevallen kan ervoor gekozen worden om de cyste te verwijderen. Bijvoorbeeld als al vaker een marsupialisatie verricht is en de cyste blijft terugkomen. Deze ingreep vindt altijd plaats op de operatiekamer.

Na de ingreep

U mag na de ingreep weer gewoon eten. De eerste maaltijd na algehele narcose moet wel licht verteerbaar zijn. U kunt last hebben van pijn in het wondgebied. Eventueel kunt u hiervoor paracetamol innemen (per dag maximaal 6 tabletten van 500 milligram). De pijn kan een paar dagen aanhouden, maar gaat vanzelf weer over. Uit de wond kan wat bloed en/of wondvocht komen, al zal dit niet veel zijn. U kunt hiervoor maandverband dragen. Verwissel dit bij elk toiletbezoek. Indien de ingreep op de operatiekamer heeft plaatsgevonden heeft u oplosbare hechtingen. U hoeft niet te schrikken, als u een hechting verliest.

Leefregels voor thuis

Het is raadzaam om na ieder toiletbezoek de schaamdelen na te spoelen met schoon, handwarm water. Verder is het raadzaam om de eerste week na de ingreep:

  • geen tampons te gebruiken,

  • geen geslachtsgemeenschap te hebben,

  • niet in bad te gaan en niet te zwemmen. U kunt wel douchen.

Controleafspraak

Er is voor u een afspraak gemaakt voor de nacontrole. Deze staat op uw afsprakenkaart. Heeft u nog vragen naar aanleiding van de ingreep, dan is het handig om deze op te schrijven en tijdens het controlebezoek te bespreken met uw gynaecoloog.

Complicaties

Bij complicaties, zoals toenemende pijn, koorts of toenemend bloedverlies, moet u contact opnemen met de dienstdoende gynaecoloog.

Binnen kantooruren:

Polikliniek Gynaecologie locatie Leiden: 071 517 8351 Polikliniek Gynaecologie locatie Leiderdorp: 071 582 8048 Polikliniek Gynaecologie locatie Alphen aan de Rijn: 0172 467 048

Buiten kantooruren:

De Spoedeisende Hulp (SEH) van Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp is bij een spoedeisende zorgvraag buiten kantoortijden telefonisch te bereiken via 071 582 8905. Tijdens kantooruren staan de medewerkers van onze polikliniek u graag te woord.

Vragen

Heeft u nog vragen na het lezen van deze informatie, dan kunt u contact opnemen met de polikliniek Gynaecologie.

Terug naar boven