In deze folder vindt u meer informatie over introïtusplastiek.

Wat is een introïtusplastiek?

De ingang van de schede(vagina) noemt men de introïtus. Deze kan te nauw zijn, waardoor er mogelijk problemen optreden bij de geslachtsgemeenschap. De oorzaak van een te nauwe ingang kan aangeboren zijn, maar kan ook het gevolg zijn van een bevalling, na een verzakkingsoperatie, bij huidaandoeningen of het ouder worden. De ingang van de schede kan ruimer gemaakt worden door een introïtusplastiek. Er worden dan sneetjes gemaakt in de schede, waardoor de ingang ruimer wordt.

Opname voor operatie

Nadat u samen met de gynaecoloog besloten heeft dat u geopereerd wordt, neemt de polikliniekassistente de praktische gang van zaken met u door. Mogelijk krijgt u een verwijzing voor bloedafname en ECG controle (hartfilmpje). U brengt een bezoek aan de anesthesioloog die met u de verdoving bespreekt en uw gezondheidstoestand doorneemt. U krijgt van de anesthesioloog te horen vanaf wanneer u nuchter moet blijven voor de ingreep. U meldt zich op de afgesproken tijd bij de verpleegafdeling Gynaecologie, routenummer 250. Neem de volgende zaken mee bij opname:

  • verzekeringsbewijs

  • geldig identificatiebewijs

  • uw actuele medicatieoverzicht

  • uw medicijnen

  • extra kleding

  • toiletspullen.

Bij de opname moet u nuchter zijn, dat willen zeggen dat u niet heeft gedronken of gegeten vanaf 24.00 uur. De verpleegkundige op de afdeling zal met u een kort opnamegesprekje hebben over de belangrijkste zaken betreffende uw gezondheid. Zij begeleidt u naar uw kamer. Daar krijgt u een operatiejas aan, en worden uw bloeddruk, pols en temperatuur gemeten. Als u sieraden draagt, moet u deze afdoen. Wij raden aan kostbaarheden thuis te laten. Ook mag u geen nagellak en make-up op. Omdat u mogelijk onder algehele narcose zult worden geopereerd, moet u ook een eventuele gebitsprothese uit doen. Vlak voordat u naar de operatiekamer gebracht wordt, krijgt u medicijnen in opdracht van de anesthesioloog.

Holding

Wanneer u voor de operatie wordt geroepen, brengt de verpleegkundige u naar de voorbereidingskamer (holding). Daar worden nogmaals uw gegevens gecontroleerd. Eenmaal op de operatiekamer aangekomen krijgt u een infuus in uw arm. Via dit infuus krijgt u de narcosemiddelen en vocht toegediend. Wanneer er een ruggenprik is afgesproken, wordt deze hier gezet door de anesthesioloog.

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de verkoever (uitslaapkamer) gereden. Daar wordt u voor een bepaalde tijd via de monitor bewaakt. Daarna wordt u door de verpleegkundige weer naar de verpleegafdeling gereden. Na de operatie heeft u:

  • Een infuus in uw arm, voor het toedienen van extra vocht en eventueel medicatie;

  • Mogelijk een gaas tussen de schaamlippen. Dit wordt meestal voor ontslag verwijderd.

Na de operatie mag u weer gewoon eten. Op de verpleegafdeling worden regelmatig uw bloeddruk, temperatuur en pols gemeten.

Pijn

Goede pijnbestrijding is belangrijk om goed door te kunnen ademen, te hoesten en te kunnen mobiliseren. Als u pijn heeft is het erg belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige zal u regelmatig vragen om uw pijn te omschrijven.

Misselijkheid

Misselijkheid na de ingreep komt regelmatig voor. Dit kan worden veroorzaakt door de narcose en ingreep zelf. Als u misselijk bent, is het belangrijk dat u dit aangeeft. De verpleegkundige kan u medicijnen geven om deze misselijkheid tegen te gaan.

Mobiliseren

Op de dag van de ingreep mag u weer uit bed komen. Dit is erg belangrijk voor uw herstel en het voorkomen van complicaties als trombose, longontsteking en een vertraagde stoelgang.

Complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Er bestaat altijd risico op trombose, bloedingen, longontsteking, blaasontsteking en wondinfectie. De kans hierop bij deze ingreep is heel klein.

Ontslag

In principe kunt u dezelfde dag na de ingreep het ziekenhuis weer verlaten. Dit is natuurlijk afhankelijk van uw herstel en zelfstandigheid. Vlak voor het ontslag krijgt u een gesprek met de verpleegkundige. Ze bespreekt met u de verdere gang van zaken. U krijgt een afspraak mee voor een controle met uw gynaecoloog op de polikliniek voor ongeveer 6 weken na de operatie. Tijd en datum staan op uw afsprakenkaart. U kunt tijdens dit gesprek ook uw vragen bespreken naar aanleiding van de ingreep.

Leefregels

Om het risico op infectie zo klein mogelijk te maken is het verstandig dat u de eerste week na de ingreep:

  • Geen tampons gebruikt.

  • Niet in bad gaat of gaat zwemmen. U kunt wel douchen.

  • Na 4 tot 6 weken kunt u weer seks hebben.

  • U kunt de eerste tijd wat bloederige afscheiding hebben.

  • U kunt daarvoor maandverband gebruiken. Verschoon dit regelmatig.

  • U kunt uw werkzaamheden weer hervatten als u zich weer fit voelt.

Contact

Neem contact op wanneer u na de ingreep:

  • u koorts heeft (boven de 38 graden);

  • u veel vloeit/bloedverlies heeft;

  • u buikpijn heeft (die niet minder wordt, maar heftiger);

Als de operatie minder dan één 1 week geleden heeft plaatsgevonden, neemt u contact op met het ziekenhuis, anders met uw eigen huisarts.

Binnen kantooruren:

Polikliniek Gynaecologie locatie Leiden: 071 517 8351 Polikliniek Gynaecologie locatie Leiderdorp: 071 582 8048 Polikliniek Gynaecologie locatie Alphen aan de Rijn: 0172 467 048

Buiten kantooruren:

De Spoedeisende Hulp (SEH) van Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp is bij een spoedeisende zorgvraag buiten kantoortijden telefonisch te bereiken via 071 582 8905. Tijdens kantooruren staan de medewerkers van onze polikliniek u graag te woord.

Vragen

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen? Dan kunt u deze stellen aan uw gynaecoloog of tijdens het verpleegkundig spreekuur. U kunt ook contact opnemen met de polikliniek Gynaecologie van alle locaties.

Terug naar boven