Deze folder geeft u algemene informatie over liesbreuken bij kinderen en de meest gebruikelijke behandelingsmogelijkheden. Het is goed u te realiseren dat de situatie voor iedereen weer anders kan zijn dan beschreven.

Hoe ontstaat een breuk

Tijdens de zwangerschap ontstaat al in een vroeg stadium in het liesgebied van het ongeboren kind een uitstulping van het buikvlies via de buikwand (het lieskanaal). Bij jongetjes zullen hierlangs in een latere fase de zaadbal en de zaadstreng vanuit de buik indalen naar het scrotum (balzak). Bij meisjes ontstaat hierin een ophangband van de baarmoeder naar de grote schaamlip. De uitstulping van het buikvlies verdwijnt na de geboorte meestal door verkleving. Wanneer deze niet helemaal verkleeft en er zich in het opengebleven gebied vocht verzamelt, is er sprake van een waterbreuk (hydrocele). Wanneer de buikvliesuitstulping niet verkleeft, kan er vocht of buikinhoud – zoals buikvet of darmen – in de uitstulping komen, en spreken we van een liesbreuk.

Klachten

Meestal hebben kinderen weinig last van deze afwijking. Er is een zichtbare bult in een of beide liezen die al of niet wegdrukbaar is. In uitzonderlijke gevallen kan de buikinhoud in de breuk beklemd raken. Klachten die daarop wijzen zijn: hevige pijn in de lies, misselijkheid en soms braken. Er is dan een niet wegdrukbare zwelling in de lies: een beklemde breuk. Bij verdenking op een beklemde breuk moet u direct contact opnemen met het ziekenhuis. Liesbreuken komen vaker bij jongetjes voor dan bij meisjes, waterbreuken uitsluitend bij jongetjes.

De behandeling

De behandeling van een liesbreuk is altijd operatief. De operatie wordt uitgevoerd onder algehele anesthesie (narcose) in dagbehandeling of gedurende een korte opname op de Kinderafdeling.

Voorbereiding thuis

Er zijn boekjesen en brochures die u behulpzaam kunnen zijn bij de voorbereiding van uw kind op een ziekenhuisopname. Wij geven hier enkele voorbeelden:

  • Leeftijd twee t/m zes jaar: Dick Bruna: Nijntje in het ziekenhuis ISBN 9073991870 Betty Sluyzer: In het ziekenhuis; ISBN 9071368610

  • vier t/m acht jaar: J. Boone: De operatie van de kleine olifant; ISBN 9060207467 V. den Hollander: Een bed op wieltjes; ISBN 9026987846 Christine Kliphuis: Serie: ‘De Ziekenboeg”

  • vijf t/m twaalf jaar: NBD/Biblion: Het ziekenhuis ISBN 9054833580

  • vanaf acht jaar: Sylvie Vanhoucke: Naar het ziekenhuis; ISBN 9058380734

Preoperatief onderzoek

Als de liesbreuk geopereerd wordt, heeft u met uw kind vooraf een afspraak op de polikliniek Anesthesie voor een preoperatief onderzoek. Ook krijgt u daar afspraken mee over eventueel nuchter zijn op de opnamedag. Zie hiervoor ook de folder Preoperatief onderzoek.

Meenemen

Neemt u de volgende zaken mee naar het ziekenhuis:

  • het eigen identiteitsbewijs van uw kind en de eigen zorgpas;

  • ondergoed en nachtkleding;

  • toiletartikelen, sloffen;

  • gewone kleding voor als uw kind niet in bed hoeft te blijven;

  • Een actueel medicatieoverzicht; dit kunt u opvragen bij uw apotheek;

  • medicijnen die uw kind gebruikt en bij voorkeur in de originele verpakking;

  • als uw kind een dieet volgt, neem dan de dieetlijst mee;

  • indien van toepassing: een lijst met stoffen waarvoor uw kind allergisch is.

Verder kunt u meenemen:

  • een vertrouwde knuffel of pop;

  • foto’s van gezinsleden en huisdier.

Wij adviseren u geen duur speelgoed of andere kostbare zaken mee te nemen. Alrijne Ziekenhuis is niet aansprakelijk voor verlies of diefstal. Als u speelgoed meeneemt, dan kunt u dit het beste van een (naam)merk voorzien.

Opnamedag

Tijdens het bezoek aan het preoperatief spreekuur van de afdeling Anesthesie hoort u vanaf hoe laat uw kind niet meer mag eten en niet meer mag drinken (= nuchter zijn) voor de operatie. Dit hangt onder andere af van de leeftijd van uw kind. Niet nuchter zijn kan ernstige complicaties veroorzaken. Op de afgesproken dag en tijd meldt u zich op de Kinderafdeling of op de afdeling Dagbehandeling, waar u een intakegesprek heeft met een verpleegkundige. Zij/hij vertelt u en uw kind de gang van zaken en zal uw kind voorbereiden op de operatie. Er mag een ouder of verzorger mee naar de operatiekamer totdat uw kind slaapt. In de folder Ouders mee naar de operatiekamer kunt u meer hierover lezen.

De operatie

De operatie gaat via een sneetje in de lies die na de ingreep met oplosbare hechtingen wordt gesloten. Bij een liesbreuk wordt de ingang van de uitstulping opgezocht en de inhoud van de breukzak (bijvoorbeeld een darmlis) in de buikholte teruggebracht. Daarna wordt in de meeste gevallen de breukzak verwijderd en de ingang van de uitstulping dichtgemaakt. Er wordt geen kunststof matje achtergelaten. Al het gebruikte hechtmateriaal is oplosbaar; het verdwijnt vanzelf en hoeft niet te worden verwijderd. Voor een beeldverslag van een liesbreukoperatie bij een kind kunt u terecht op

www.heelmeester.nl

Na de operatie

Na de operatie gaat uw kind naar de uitslaapkamer (= verkoever). In principe mag u daar weer bij uw kind zijn. Als het goed gaat met uw kind mag u samen met de verpleegkundige uw kind weer terugbrengen naar de verpleegafdeling. Uw kind moet hierbij in bed blijven, u mag hem of haar dus niet dragen. Weer terug op de afdeling worden de nodige controles uitgevoerd en mag uw kind weer langzaam beginnen met drinken. Als alles goed gaat mag uw kind dezelfde dag weer naar huis.

Weer thuis

Activiteiten

Kinderen geven over het algemeen prima zelf aan wat ze wel en niet kunnen, maar laat uw kind tot één week na de operatie niet sporten, zwemmen, fietsen of wilde spelletjes doen.

Eten en drinken

Als gevolg van de operatie heeft uw kind waarschijnlijk weinig eetlust op de dag na de operatie. Dit zal langzaam weer terugkomen. Probeert u er wel voor te zorgen dat uw kind regelmatig een beetje drinkt en iets eet. Uw kind mag eten waar hij/zij zin in heeft.

Misselijkheid

Ten gevolge van de narcose kan uw kind aanvankelijk wat misselijk zijn en ligt dan het liefst plat op de rug. U hoeft niet ongerust te zijn als het een paar keer overgeeft, maar mocht uw kind blijven braken, neem dan contact op met het ziekenhuis.

Pijn

Iedereen reageert anders op een operatie en narcose. U heeft een recept voor pijnstillers meegekregen. Indien deze onvoldoende werken of de pijn toeneemt, moet u contact opnemen met de huisarts of het ziekenhuis.

Koorts

Geringe verhoging tot 38,5 °C is een normale reactie na een operatie op de eerste dag na de ingreep. Stijgt de temperatuur hierboven of heeft uw kind in de volgende dagen koorts dan is het verstandig even te bellen met de huisarts of het ziekenhuis.

Wondverzorging en douchen/in bad

De wond is verzorgd met hechtpleisters en een doorzichtige pleister. Deze kunt u een week laten zitten. Uw kind kan daarmee kort douchen. Na een week mag de pleister eraf. De kans op complicaties van de wond is heel klein. Mocht er roodheid ontstaan rond de wond of ontstaat er pus onder de pleister, dan kunt u contact opnemen met het ziekenhuis.

Mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is vrij van de kans op complicaties. Zo zijn er ook bij deze operaties de normale risico's op complicaties van een operatie. Deze zijn echter niet groter dan bij andere operaties. Soms ontstaat er een bloeduitstorting of wondinfectie en ook een ontsteking van de ader waar het infuus heeft gezeten komt wel eens voor. Het zijn onschuldige complicaties die vanzelf genezen. De kans dat de liesbreuk terugkomt is niet groot. Wel is er een kans dat later blijkt dat er aan de andere kant ook een aangeboren liesbreuk bestaat.

Controleafspraak

De wondcontrole op de polikliniek vindt ongeveer twee weken na de operatie plaats. U krijgt hiervoor een afspraak mee. De hechtingen zijn oplosbaar en hoeven niet te worden verwijderd.

Tot slot

Denkt u eraan bij ieder bezoek aan het ziekenhuis een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitsbewijs) en de zorgverzekeringspas van uw kind mee te nemen. Zijn de gegevens (verzekering, huisarts, etc.) gewijzigd, meldt u dit dan bij de Patiëntenregistratie in de hal op de begane grond van het ziekenhuis. Wij stellen het op prijs als u zich op tijd meldt voor uw afspraak.

Vragen

Heeft u nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van de inhoud van deze brochure, stelt u deze dan aan de polikliniekassistent of de arts van de polikliniek Chirurgie. Bent u van mening dat in deze brochure bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, dan vernemen wij dat graag. De polikliniek Chirurgie van Alrijne Ziekenhuis Leiden heeft routenummer 40 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via 071 582 8045 tussen 08.30 en 16.30 uur De polikliniek Chirurgie van Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp heeft routenummer 85 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via 071 582 8045 tussen 08.30 en 16.30 uur. De polikliniek Chirurgie van Alrijne Ziekenhuis Alphen aan den Rijn heeft routenummer 33 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via 0172 46 70 45 tussen 08.30 en12.30 uur en tussen 13.00 en 16.30 uur. De Spoedeisende Hulp (SEH) van Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp is bij een spoedeisende zorgvraag buiten kantoortijden telefonisch te bereiken via 071 582 8905. Tijdens kantooruren staan de medewerkers van onze polikliniek u graag te woord.

Terug naar boven