Punctie

Een cytologische punctie is een weinig belastende, kortdurende ingreep (ongeveer 10 seconden) en wordt veelal goed verdragen. Een patholoog of andere specialist prikt met een kleine, dunne naald in de zwelling. Dit is in het algemeen niet pijnlijker dan een bloedprik in de arm. Via de naald wordt een kleine hoeveelheid vocht of cellen opgezogen. Van het verkregen celmateriaal worden uitstrijken gemaakt voor laboratoriumonderzoek en het restmateriaal wordt bewaard voor eventueel aanvullend onderzoek.

Opgehoest slijm (sputum) en door middel van een bronchoscopie verkregen materiaal kan onderzocht worden. Een bronchoscopie is 'kijken in de luchtwegen', met behulp van een dun flexibel slangetje (bronchoscoop) waar verlichting, lenzen en spiegels in zijn gemaakt. De arts kan hierbij in de luchtwegen kijken en hieruit stukjes weefsel en slijm halen om te onderzoeken wat er aan de hand is. Dit onderzoek kan helpen vaststellen of er sprake is van longkanker of van een andere longaandoening. Tevens kan dan bekeken worden waar de afwijking precies zit, hoe groot de afwijking is, en hoe die er uitziet.
Microscopisch onderzoek van het verkregen materiaal op de afdeling pathologie kan uiteindelijk aangeven om welke afwijking het precies gaat.

Onderzoek van lichaamsvochten

Pleuravocht

De longen en binnenkant van de borstkas zijn bedekt met dunne vliezen. Gewoonlijk zit daar nauwelijks vocht tussen. Normaal gesproken zitten de vliezen tegen elkaar aan, net als een binnen- en buitenband van een fiets. Door verschillende oorzaken kan zich vocht ophopen tussen deze vliezen. Dit vocht noemen we het pleuravocht. Bij een pleuravocht-drainage zuigen we het vocht weg met een naald. Die naald brengen we tussen de ribben door in de ruimte tussen de vliezen waar het vocht zit.
Het vocht wordt opgestuurd naar de afdeling pathologie waar het onderzocht wordt om de onderliggende oorzaak van het pleuravocht vast te stellen.

Buikvocht

Ascites is een ophoping van vocht in de buikholte. Deze ophoping kan in snel tempo plaatsvinden (binnen enkele dagen) of in een periode van meerdere weken.

Er zijn verschillende oorzaken van ascites, waaronder:

  • leverziekten
  • hartfalen
  • ontsteking van het hartzakje
  • blokkade van de leverader
  • lage albumineconcentratie in het bloed (na nierziekten of ondervoeding)
  • kwaadaardige aandoeningen (kanker van de lever, uitzaaiingen naar de lever of kanker van het buikvlies)
  • infecties

De diagnose ascites kan worden gesteld door lichamelijk onderzoek van de buik in verschillende houdingen. Door een speciale kloptechniek (percussie) kan bij de arts het vermoeden ontstaan van ascites. De diagnose kan worden bevestigd door een echografie (het in beeld brengen van de inwendige organen met behulp van geluidsgolven). Met deze methode kunnen zelfs kleine hoeveelheden opgehoopt vocht worden opgespoord. Soms wordt een röntgenfoto van de buikholte gemaakt. Paracentesis (een procedure waarbij een naald door de buikwand wordt gestoken om de opgehoopte vloeistof te verwijderen) kan eveneens worden toegepast om een monster van het vocht te nemen. Het vocht wordt opgestuurd naar de afdeling pathologie waar het onderzocht wordt om de onderliggende oorzaak van ascites vast te stellen.

Onderzoek van de baarmoederhals

Bij een cervix- of baarmoedehalsruitstrijk worden cellen van de baarmoederhals afgenomen. Ze worden op een rechthoekig glaasje uitgestreken. Daarna vindt onderzoek in het laboratorium plaats. Uitstrijkjes worden onder andere gemaakt om te onderzoeken of er sprake is van een voorstadium van baarmoederhalskanker. In dit geval is er een kleine kans dat zich later baarmoederhalskanker ontwikkelt. Een eenvoudige behandeling van zo'n voorstadium kan een grote operatie voor kanker vele jaren later voorkomen. Alle vrouwen tussen de 30 en 60 jaar krijgen via het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker eenmaal in de vijf jaar een oproep om een uitstrijkje bij de huisarts of de gynaecoloog te laten maken. Zo worden soms afwijkingen gevonden bij vrouwen die geen klachten hebben. Klachten van tussentijds bloedverlies, bloederige afscheiding of bloedverlies na gemeenschap (samenleving) kunnen een reden zijn om een extra uitstrijkje te maken, ook op jongere of oudere leeftijd.

Urineonderzoek

Aan de hand van urine-onderzoek is het mogelijk op eenvoudige wijze te screenen op een aantal aandoeningen. Urine-onderzoek kan op verschillende manieren plaats vinden, afhankelijk van de aandoening waar de arts de patiënt van verdenkt. Bij microscopisch onderzoek (urinecytologie) wordt gekeken of er een bepaald type cellen aanwezig is dat kan wijzen op een aandoening van de blaas of de nieren.

Terug naar boven