U, uw partner of familielid, wordt in Alrijne Ziekenhuis opgenomen. De verpleegkundige heeft bij de opname vastgesteld of er een verhoogde kans bestaat op een delier. In deze folder wordt uitgelegd wat een delier is en wat u kunt doen om de kans hierop zo klein mogelijk te houden. We spreken in deze folder de patiënt aan, maar waar 'u' staat, kunt u natuurlijk ook 'uw familielid' of 'uw naaste' lezen.

Wat is een delier?

Een delier is een tijdelijke psychische stoornis die meestal na enkele uren of dagen weer verdwijnt. Een delier ontstaat door een lichamelijke ontregeling bij ziekte.

Risico

Een delier kan op elke leeftijd voorkomen, maar niet iedereen heeft een even hoog risico op een delier. Een verhoogd risico heeft u vooral als u:

  • al eerder een delier heeft gehad;

  • geheugenproblemen heeft;

  • minder goed kunt horen of minder goed kunt zien;

  • nu of in het verleden regelmatig overmatig alcohol of drugs heeft gebruikt.

Als er bij u geen sprake is van bovengenoemde risico's, kan een grote operatie of ernstige ziekte toch een delier veroorzaken.

Oorzaken

Enkele oorzaken zijn ‘grote’ operaties, ziekten aan het hart of longen, een breuk, ontstekingen, hormoon- of stofwisselingsproblemen. Een ongeluk, angst, verandering van omgeving of te weinig slaap kan bijdragen aan het ontstaan van een delier.

Preventie

De verpleegkundige en de arts proberen u in zo’n goed mogelijke conditie te houden en houden u in de gaten zodat zij de eerste verschijnselen van een delier snel opmerken. De maatregelen om u in een zo goed mogelijk conditie te houden, zijn er onder andere op gericht dat u:

  • voldoende eet en drinkt;

  • geen of zo weinig mogelijk pijn heeft;

  • (zodra dit kan) regelmatig uit bed komt;

  • uw eventuele hulpmiddelen, zoals een bril en/of gehoorapparaat gebruikt;

  • weet hoe laat het is en welke dagdeel het is;

  • ’s nachts goed kunt slapen.

Wat kunt u zelf doen

  • Wees eerlijk over het gebruik van alcohol en medicatie (nu en in het verleden).

  • Vertel het aan de verpleegkundige als u zich ongerust voelt, slecht slaapt of eng droomt.

  • Zorg dat uw bril en/of gehoorapparaat beschikbaar zijn en gebruik deze ook.

  • Breng enkele vertrouwde spulletjes van thuis mee, zoals foto’s van naasten.

  • Vraag uw familie of zij ’s avonds of ‘s nachts bereikbaar zijn als het nodig is. Als het nodig is, kan ook één van uw familieleden blijven slapen. Dit gaat dan in overleg met de verpleegkundigen van de afdeling.

Verschijnselen van een delier

  • U wordt minder helder en gesprekken onthoudt u minder goed. Het lijkt alsof de dingen langs u heengaan. U heeft net iets verteld en na korte tijd bent u het weer vergeten. Dit gebeurt niet bewust.

  • Het kan zijn dat u niet zo goed meer weet waar u bent. Dit kan angst veroorzaken. Reacties op angst kunnen zijn achterdocht, boosheid of juist stil worden.

  • Ook kan het zo zijn dat u ‘dingen’ hoort of ziet die voor u echt zijn, terwijl anderen die niet horen of zien. Dit zijn hallucinaties.

  • Andere verschijnselen kunnen zijn: onrustig zijn en uit bed willen stappen terwijl dit niet kan.

Behandeling bij een delier

Helaas kunnen we niet altijd voorkomen dat u toch een delier krijgt. Mocht u verschijnselen van een delier krijgen, dan zal de arts de oorzaak opsporen en behandelen. De verpleegkundige kan voorstellen om u naar een rustige omgeving over te brengen. Zij zal rustig en duidelijk praten om ervoor te zorgen dat u minder angstig wordt. Zij kan voorstellen dat een familielid bij u blijft totdat u minder verward bent.

Wat kunnen uw naasten doen als u een delier heeft

Het is vaak moeilijk om met iemand om te gaan die in de war is. Misschien helpt het als u weet wat u kunt doen als u op bezoek komt.

  • Als u binnenkomt, zeg dan wie u bent.

  • Vertel aan uw familielid dat hij/zij in het ziekenhuis is. Spreek in korte zinnen en praat rustig. Stel eenvoudige vragen, zoals “Heb je lekker gegeten?”. Vraag niet meerdere dingen tegelijk in een zin. Uw familielid kan u dan niet volgen en kan hierdoor onrustig worden.

  • Beperk het bezoek tot 1 of 2 personen per keer. Misschien kan bezoek wat vaker komen. Bekende gezichten geven rust. Ga aan één kant van het bed zitten zodat uw familielid zich op één punt richt.

  • Let op dat bril, hoorapparaat en horloge ook gebruikt worden.

  • Het is beter om niet mee te gaan in de verhalen of de dingen die hij/zij ziet of hoort, maar die er niet zijn. Spreek niet tegen, maar zeg bijvoorbeeld; “Ik begrijp dat u … ziet of hoort, maar, ik zie of hoor het niet.” Soms helpt afleiden met verhalen over bestaande personen of echte gebeurtenissen.

  • Neem de krant of tijdschrift mee om hem/haar bij het nu te betrekken.

  • Zeg wanneer u weggaat, wanneer u terugkomt of wie er na u op bezoek komt. Leg eventueel een schrift neer waar u deze dingen in op schrijft. De verpleegkundige die voor uw familielid zorgt, kan deze informatie gebruiken als uw familielid naar u vraagt.

Hoe nu verder?

Na herstel van de lichamelijke oorzaak zal ook het delier herstellen. Het kan voorkomen dat u zich niets herinnert. Het kan ook dat u zich wel kunt herinneren wat er is gebeurd. Wij praten na een delier met u over de oorzaken en hoe u het heeft ervaren. Praat over uw gevoelens met de arts en de verpleegkundige. Dit kan u helpen bij het verwerken. Na een delier kan het zijn dat u nog verder zorg nodig heeft. Als dit nodig is, maken wij daar met u verdere afspraken over. In de ontslagbrief voor de huisarts vermelden wij dat u in het ziekenhuis een delier heeft gehad, zodat bij een volgende opname of ziekte een delier zoveel mogelijk kan worden voorkomen.

Tot slot

Ieder mens is anders en vindt andere dingen prettig. Belangrijk is dat we samenwerken om het verblijf voor u zo prettig mogelijk te maken. Mocht u vragen hebben, stelt u die dan gerust aan de verpleegkundige of arts die voor u zorgt.

Terug naar boven