Gedurende de opnameperiode zet ons hele team van chirurgen, afdelingsartsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten, casemanagers, zo nodig stomaverpleegkundigen en diëtisten zich in om samen met u de opname- en herstelperiode zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen.

Wij hebben een speciaal herstelprogramma opgesteld waarin van dag tot dag is beschreven welke stappen worden gezet in uw herstel. U heeft zelf een zeer belangrijke rol in het herstelprogramma. Het is belangrijk dat u (onder begeleiding van de afdelingsverpleegkundigen) al snel na de operatie weer in beweging komt. Doordat u direct na de operatie weer snel mag drinken en eten, komt u weer snel in uw normale leefritme van voor de operatie. Het is van belang om u te realiseren dat het herstelprogramma in deze folder een algemeen schema betreft. Bij sommige patiënten gaat het herstel sneller dan bij anderen en bij complicaties duurt het herstel langer. Er kan dus altijd afgeweken worden van het schema in deze folder.

Ons team

Tijdens uw opname komen er verschillende zorgverleners bij u langs om te kijken hoe het met u gaat en om u te verzorgen. In het begin heeft u nog ondersteuning nodig bij uw dagelijkse activiteiten zoals wassen, in en uit bed komen en naar het toilet gaan. In de loop van de opname zult u steeds meer activiteiten zelf kunnen ondernemen. De volgende zorgverleners komen bij u langs:

  • Zaalarts: Deze komt dagelijks bij u langs om te kijken hoe het met u gaat. De zaalarts bespreekt het verloop van uw herstel.

  • Chirurg: Op vaste dagen komt de chirurg samen met de zaalarts bij u langs. De zaalarts bespreekt dagelijks alle patiënten met de chirurg. Indien noodzakelijk komt de chirurg vaker langs.

  • Afdelingsverpleegkundige: Deze meet regelmatig uw bloeddruk, pols en temperatuur. Hij/zij zal u helpen bij de dagelijkse verzorging en het uit bed komen, tot u dit zelf kunt. Ook verzorgt hij/zij de wond en helpt zij - indien van toepassing- bij het verzorgen van de stoma.

  • Coloncare/stomaverpleegkundige: Deze komt indien mogelijk langs om te kijken hoe het met u en uw herstel gaat. Indien bij u een stoma is aangelegd, wordt u mede door deze gespecialiseerde verpleegkundige begeleid in het leren omgaan met de stoma.

  • Fysiotherapeut: Deze helpt u bij de ademhalingsoefeningen en het weer gaan bewegen na de operatie.

  • Diëtist: Deze komt zo nodig langs om u te adviseren over het opbouwen van de maaltijden.

Dag van de operatie

Na de operatie

Na de operatie komt u eerst bij op de verkoeverkamer (uitslaapkamer). Intussen belt de chirurg met uw contactpersoon om te vertellen hoe de operatie is verlopen. Nadat u bent bijgekomen en uw bloeddruk en hartslag goed en stabiel zijn, gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Slangetjes in uw lichaam

Na de operatie kunt u verschillende slangetjes in uw lichaam hebben. Deze worden afhankelijk van uw herstel in overleg met de arts verwijderd. Het gaat om:

  • Infuus: Via het infuusnaaldje in uw arm worden vocht en medicijnen toegediend.

  • PCA-pomp: Op het infuus wordt een pomp aangesloten, die gevuld is met pijnstillende medicatie. Aan de infuuspomp zit een kabeltje met aan het eind een toedieningsknop. Na de operatie kunt u met de toedieningsknop van de pomp zélf pijnstilling toedienen op het moment dat u de pijn voelt opkomen.

  • Blaaskatheter: Een slangetje dat er voor zorgt dat urine wordt afgevoerd uit uw blaas.

  • Zuurstofslangetje: Een slangetje in uw neus waardoor u extra zuurstof krijgt toegediend.

  • Wonddrain: Tijdens de operatie wordt soms een plastic buisje door de huid uit het operatiegebied geplaatst. Via deze ‘drain’ kan de eerste dagen bloed/wondvocht vanuit het operatiegebied worden afgevoerd.

  • Neussonde: Bij sommige patiënten is het nodig om een slangetje via de neus en de slokdarm in de maag te brengen. Via deze neussonde kan overtollig maagsap worden afgezogen.

Al deze slangetjes zijn alleen maar nodig om normale functies van uw lichaam te ondersteunen. Om complicaties te voorkomen, streven we ernaar deze functies zo snel mogelijk te laten herstellen, zodat we de hulpmiddelen zo snel mogelijk kunnen verwijderen. U speelt hierbij zelf een belangrijke rol.

Eten en drinken

  • Om de darmbeweging goed op gang te krijgen, is het belangrijk om zodra dat mogelijk is, weer te gaan drinken. Probeer in elk geval een halve liter te drinken. U kunt misselijk zijn;

  • U mag ’s avonds een broodmaaltijd of anders een beetje vla, yoghurt of pap eten.

Bewegen/mobiliseren

  • Om verschillende redenen is bedrust eigenlijk niet bevorderlijk voor het herstel. Het verhoogt bijvoorbeeld de kans op trombose, belemmert het op gang komen van de darmen en vermindert het vermogen om goed door te ademen en op te hoesten;

  • ’s Avonds gaat u even bengelen met de benen op de rand van het bed of gaat u een kwartier naast het bed in een stoel zitten. De verpleegkundige zal u hierbij ondersteunen.

Pijnstilling

  • Op uw infuus is een PCA-pomp aangesloten, die gevuld is met pijnstillende medicatie. Na de operatie kunt u met de toedieningsknop van de pomp zélf pijnstilling toedienen op het moment dat u de pijn voelt opkomen. Daarnaast krijgt en neemt u op vaste tijden van de verpleegkundigen pijnmedicatie in de vorm van een tablet of zetpil;

  • Als u, ondanks de al gegeven pijnmedicatie, nog steeds pijn heeft, aarzel dan niet dit met de verpleegkundigen te bespreken. Het is van groot belang dat uw pijnklachten uw functioneren niet belemmeren.

Medicijnen

  • U krijgt een injectie met bloedverdunnend middel om de kans op bloedstolsels in uw bloedvaten (trombose) tegen te gaan;

  • De verpleegkundige geeft u medicatie ter bestrijding van de misselijkheid. Vraagt u hier gerust om.

Wondverzorging

  • Het verband dat na de operatie op de wond(en) is aangebracht, blijft tenminste gedurende 48 uur na de operatie zitten.

Algemeen

  • We adviseren u bij pijn of gevoeligheid, bijvoorbeeld bij hoesten, het wondgebied te ondersteunen met uw hand of met een klein kussentje.

Indien u een stoma heeft

  • Eventueel wordt de dag van de operatie al gestart met het verzorgen van de stoma door de verpleegkundige.

  • Ook wordt er een afspraak gemaakt voor partnerinstructie; dit vindt enkele dagen na de operatie plaats.

Eerste dag na de operatie

Eten en drinken

  • Uw darmen functioneren het beste wanneer er weer voedsel in komt. U mag deze dag een licht verteerbare maaltijd eten.

  • Probeer 1½ liter te drinken;

Bewegen/mobiliseren

  • Het is wenselijk als u vandaag 2-3 keer uit bed komt. De verpleegkundigen zullen u hierbij ondersteunen;

  • Probeer de maaltijden aan tafel te gebruiken;

  • Voer de ademhalingsoefeningen uit die u van de fysiotherapeut heeft gekregen.

Lichamelijke verzorging

  • U kunt zich in bed wassen met hulp van de verpleegkundigen;

  • U krijgt uw eigen (nacht)kleding weer aan.

Pijnstilling

  • Naast de PCA-pomp krijgt u vandaag op vaste tijden paracetamol;

  • Als u, ondanks de PCA-pomp en de paracetamol pijn heeft, aarzel dan niet dit met de verpleegkundigen te bespreken.

Medicijnen

  • Vanaf nu krijgt u een speciaal medicijn om de ontlasting op gang te brengen (u krijgt dit niet als u een ileostoma heeft);

  • U krijgt een injectie met bloedverdunnend middel om de kans op bloedstolsels in uw bloedvaten (trombose) tegen te gaan;

  • U krijgt een medicijn tegen eventuele misselijkheid.

Algemeen

  • Het infuus kan afgedopt worden, wanneer u voldoende drinkt;

  • De urinekatheter blijft vandaag in.

Indien u een stoma heeft

  • De verpleegkundige zal de stoma verzorgen en laat u meekijken. Hij/zij zal u ook uitleg over de stoma en de stomaverzorging geven.

  • Er wordt een afspraak gemaakt zodat uw partner/familie een keer mee kan kijken bij de verzorging van de stoma. Tijdens het meekijken is er ook gelegenheid om vragen te stellen en extra informatie te krijgen.

Tweede dag na de operatie

Eten en drinken

  • U mag een licht verteerbare maaltijd eten;

  • Probeer 1½ liter te drinken.

Bewegen/mobiliseren

  • Het is wenselijk als u vandaag wat vaker en langer uit bed komt en een stukje door de kamer loopt. Probeer de maaltijden aan tafel te gebruiken.

Lichamelijke verzorging

  • U kunt zich in bed of aan de wastafel wassen, indien nodig met begeleiding;

  • Als het operatieverband verwijderd is, mag u weer douchen. De verpleegkundige zal u daarbij begeleiden. U mag, indien gewenst, uw gewone kleding weer aan.

Pijnstilling

  • Over het algemeen wordt de tweede dag na de operatie de PCA-pomp gestopt;

  • Als pijnstilling krijgt u 4x per dag op vaste tijden 2 tabletten paracetamol. Zo nodig krijgt u hierbij nog een andere pijnstiller. Als u pijn heeft ondanks de pijnstilling, aarzel dan niet dit te bespreken met de verpleegkundige.

Medicijnen

  • U gaat door met het medicijn om de ontlasting op gang te houden en/of op gang te krijgen (dit is niet van toepassing indien u een ileostoma heeft);

  • U krijgt een injectie met bloedverdunnend middel om de kans op trombose tegen te gaan;

  • U krijgt eventueel nog medicijnen tegen de misselijkheid.

Wondverzorging

  • Het verband wordt na tenminste 48 uur na de operatie verwijderd. Zo nodig kan de wond daarna nog met een nieuw verband(je) worden afgedekt;

  • De hechtingen en hechtpleisters blijven zitten.

Algemeen

  • In de loop van de ochtend worden -indien mogelijk- alle slangetjes verwijderd: de urinekatheter, de drain(s), het zuurstofslangetje en de infuusnaald.

Indien u een stoma heeft

  • U maakt onder begeleiding een begin om zelf de stoma te gaan verzorgen.

Derde dag na de operatie

Eten en drinken

  • U mag een licht verteerbare maaltijd eten;

  • Probeer 1½ liter te drinken;

  • U krijgt ter aanvulling van uw energiebehoefte één flesje drinkvoeding.

Bewegen/mobiliseren

  • U gaat weer wat vaker en langer uit bed. Het in en uit bed gaan zal waarschijnlijk al wat makkelijker gaan;

  • De maaltijden gebruikt u aan tafel;

  • Probeer wat op de gang te wandelen, eventueel onder begeleiding.

Lichamelijke verzorging

  • U mag douchen of uzelf wassen aan de wastafel. Indien nodig, kunt u om hulp vragen.

Pijnstilling

  • Indien u nog pijnstilling via de PCA-pomp krijgt, wordt deze vandaag gestopt;

  • Als pijnstilling krijgt u 4x per dag op vaste tijden 2 tabletten paracetamol. Zo nodig krijgt u hierbij nog een andere pijnstiller. Als u pijn heeft ondanks de pijnstilling, bespreek dit dan met de verpleegkundige.

Medicijnen

  • Zo nodig gaat u door met het medicijn om de ontlasting op gang te houden en/of op gang te krijgen (dit is niet van toepassing indien u een ileostoma heeft);

  • In overleg met de arts wordt er gekeken of er eventueel een klysma nodig is;

  • U krijgt een injectie met bloedverdunnend middel om de kans op bloedstolsels in uw bloedvaten (trombose) tegen te gaan;

  • U krijgt eventueel nog medicijnen tegen de misselijkheid.

Wondverzorging

  • Indien nodig wordt de wond afgedekt met een verband(je). Dit wordt minimaal 1x per dag verschoond.

Indien u een stoma heeft

  • U gaat, onder begeleiding van een verpleegkundige, vandaag verder met het zelf verzorgen van de stoma (legen van het stomazakje/ vernieuwen van het stomamateriaal); hoe vaker u dit in het ziekenhuis oefent, hoe meer handigheid u erin heeft als u naar huis gaat.

Vierde dag na de operatie

De balans opmaken

  • Het ontslag komt steeds dichterbij. Heeft u of uw partner/familie vragen over het naderende ontslag? Stelt u deze dan aan de verpleegkundigen of de afdelingsarts;

  • We kijken terug op uw herstel en bespreken of u naar huis kunt. Alleen als u onvoldoende hersteld bent en ziekenhuiszorg noodzakelijk is, blijft u langer opgenomen. Doordat u kort in ons ziekenhuis verblijft, voorkomt u complicaties zoals ziekenhuisinfecties, herstelt uw conditie sneller en bent u sneller in staat uw normale leefgewoontes weer op te pakken;

  • Indien u tijdens de opname laxeermiddelen heeft gekregen, worden deze zoveel mogelijk afgebouwd voordat u met ontslag gaat. Zo nodig krijgt u bij ontslag een recept mee voor laxeermiddel.

  • We treffen vandaag de voorbereidingen voor uw ontslag. Bijvoorbeeld: recepten schrijven, controle-afspraken maken, andere hulpverleners inschakelen, eventueel stomamaterialen bestellen;

  • Laat u uw partner/familie alvast kleding meenemen die u wilt dragen als u naar huis gaat.

Klaar voor ontslag

U bent, mede dankzij uw eigen inzet, in principe voldoende hersteld om naar huis te gaan. Voordat u naar huis gaat:

  • Moet u gewoon kunnen eten en zelfstandig kunnen lopen;

  • Is het infuus verwijderd;

  • Moet uw lichaamstemperatuur beneden de 38°C zijn;

  • Is ziekenhuiszorg voor uw wond niet meer noodzakelijk;

  • Heeft u (in principe) ontlasting gehad. De ontlasting kan overigens langdurig dun van samenstelling zijn. Dit is normaal na een darmoperatie. Meestal wordt de ontlasting vanzelf weer normaal van samenstelling;

  • Indien mogelijk verzorgt u zelf uw stoma (indien van toepassing). Wanneer dit niet gaat wordt er tijdens uw ontslag thuiszorg voor u geregeld.

De vijfde dag na de operatie

Wanneer uw herstel goed verloopt, kunt u met ontslag. Als alles goed gaat, kunt u op de vijfde dag na de operatie het ziekenhuis verlaten. Dit verschilt per patiënt en is afhankelijk van het herstel en het type operatie; bij een “kijkoperatie” is het herstel meestal sneller dan bij een “open” operatie. Patiënten bij wie de endeldarm is verwijderd, liggen vaak enkele dagen langer opgenomen. Het ontslag zal zijn tussen 10.00 en 11.00 uur. Wilt u op dat moment nog meer informatie, geef dit dan van tevoren aan. Het is verstandig om de vragen van te voren op te schrijven. U krijgt eventuele recepten voor medicijnen mee.

Adviezen voor thuis

De zaalarts, afdelingsverpleegkundige en/of gespecialiseerd verpleegkundige nemen met u door welke activiteiten u wel en nog niet mag ondernemen. Enkele dagen na uw ontslag uit het ziekenhuis belt uw casemanager u om te vragen hoe het met u gaat. U heeft een grote operatie ondergaan en uw lichaam heeft tijd nodig om verder te herstellen. Vaak zult u de eerste tijd na de ingreep last houden van pijn. U mag pijnstilling innemen volgens afspraak. Als u eenmaal thuis bent is het voor uw herstel van belang dat u actief blijft, maar uzelf niet overbelast. Het is daarom belangrijk om goed te luisteren naar de signalen die uw lichaam geeft; dan merkt u vanzelf wat u wel en niet kan. U kunt licht verteerbare maaltijden nemen en dit langzaam uitbreiden naar uw normale voedingspatroon. U kunt zo uitproberen wat u wel en niet kunt verdragen. U mag na ontslag uit het ziekenhuis weer wandelen en seksueel actief zijn. Voorwaarde is dat deze activiteiten geen pijn veroorzaken en dat uw lichamelijke conditie het toelaat. Op welk moment u uw werk weer kunt hervatten, is afhankelijk van uw lichamelijke conditie en van het soort werk dat u verricht. Bespreek dit eventueel met uw specialist tijdens de controle op de polikliniek. Om de kans op complicaties te beperken adviseren wij u het volgende:

  • Lichamelijke verzorging: De eerste week na de operatie mag u niet te lang en te heet douchen. Na het douchen de wond goed droogdeppen met een schone handdoek. De eerste twee weken na de operatie of als de wonden nog niet volledig hersteld zijn, mag u niet zwemmen of in bad. De wond kan anders open weken en geïnfecteerd raken. Bij drukverhoging, bijvoorbeeld als u hoest, is het belangrijk dat u het wondgebied ondersteunt. Dit kunt u doen door uw hand op het wondgebied te leggen of wat tegendruk te geven met behulp van een kussentje.

  • Wondzorg: Indien de wonden droog zijn, hoeft er geen pleister/verband meer op. Bij lekkende wonden wordt erbij ontslag verbandmateriaal voor u bestelt bij een medisch speciaalzaak.

  • Pijn en medicatie: Na de operatie kunt u nog enige tijd pijnklachten ervaren. Heeft u naast paracetamol extra pijnstilling nodig, dan krijgt u een recept mee bij ontslag. Op geleide van uw klachten kunt u thuis de pijnstillende medicatie af gaan bouwen, als laatste de paracetamol.

  • Fysieke inspanning: Zware inspannende arbeid (of zwaar sporten, zoals het doen van buikspieroefeningen) vermijden gedurende de eerste zes tot acht weken na ontslag uit het ziekenhuis. U zult merken dat u snel moe bent. Het kan ook enkele maanden duren voor u zich weer net zo fit voelt als voor de operatie. Luister daarom altijd naar uw lichaam. Het is verstandig uw activiteiten aan te passen aan pijn en vermoeidheid.

  • Alcohol: Alcohol alleen in beperkte mate gebruiken.

  • Verkeer: U mag weer autorijden wanneer u zich daartoe in staat acht. Meestal is dit na het eerste polikliniekbezoek. In de eerste weken is uw reactievermogen verminderd. Houd daar rekening mee als u deelneemt aan het verkeer.

  • Werk: U mag uw werk hervatten als u denkt dat u daar weer toe in staat bent. Verricht u zware arbeid, bespreek het hervatten van het werk dan tijdens uw controle afspraak bij de chirurg/casemanager.

  • Ontlastingspatroon: Het is belangrijk om uw ontlastingspatroon goed in de gaten te houden. We raden u aan om voldoende te drinken en vezelrijk te eten. - Bij een colostoma (dikke darm stoma) mag de ontlasting 1 tot 2 dagen uitblijven. - Een ileostoma (dunne darm stoma) moet dagelijks 500 – 1500ml produceren.

  • Stomazorg: Bij ontslag wordt er voor u voldoende stomamateriaal besteld bij een medisch speciaalzaak , tevens krijgt u een toilettasje mee vanuit het ziekenhuis met stomamaterialen voor de eerste opvang thuis. Het is belangrijk om altijd een op maat geknipt stomazakje, een paar gaasjes en een afvalzakje bij u te dragen. Het is ook belangrijk om bij ieder polikliniekbezoek een nieuw stomazakje mee te nemen.

Adviezen voor patiënten bij wie de endeldarm is verwijderd

Indien u een “abdominale perineale rectumresectie” (APR) heeft ondergaan, is de gehele endeldarm inclusief anus verwijderd. Hierbij is een blijvend stoma aangelegd. Hierdoor is er na de operatie naast de wond van de buik ook een wond van de bilnaad (perineum). Om zo goed mogelijk om te gaan met de wond van de bilnaad geven wij u de volgende adviezen:

  • Wondverzorging: De wond in de bilnaad kan nog langere tijd (bloederig) vocht lekken. Het vocht wordt na verloop van tijd helder. Mocht dit niet het geval zijn, neem dan contact op met de stomaverpleegkundige, casemanager of uw specialist. Wij adviseren u om de wond in de bilnaad minimaal 2x per dag af te spoelen onder de douche. Gebruik een maandverband of ander incontinentiemateriaal en verschoon dit regelmatig tot de wond dicht is.

  • Urineren (plassen): Na een endeldarmverwijdering kunt u problemen ervaren met plassen. Mocht u na ontslag problemen hebben met plassen, neemt u dan contact op met uw casemanager of specialist.

  • Zitten: De wond in de bilnaad kan nog lange tijd pijn doen, in het bijzonder tijdens het zitten. Tijdens u verblijf in het ziekenhuis krijgt u van de ergotherapeut een zitkussen en adviezen voor thuis.

  • Fietsen: Fietsen zal weer kunnen wanneer de wond in de bilnaad is genezen.

Stomaverpleegkundige

Indien u een stoma heeft gekregen, bestelt de stomaverpleegkundige of de afdelingsverpleegkundige de stomamaterialen. Deze worden bij u afgeleverd. Na ontslag zal de stomaverpleegkundige van uw eigen ziekenhuis u verder begeleiden bij het omgaan met uw stoma. Neem contact op met de stomaverpleegkundige als u vragen heeft over de stomaverzorging, de opvangmaterialen of als u problemen ondervindt van de stoma of de huid er omheen. Zie voor meer informatie de folder “Verzorging van een darmstoma”.

Thuishulp

Het is handig als iemand u de eerste dagen na ontslag kan helpen in de huishouding of bij het doen van boodschappen. Het is mogelijk om zelf huishoudelijke hulp te regelen via de gemeente. Wanneer blijkt dat u meer zorg nodig heeft na ontslag uit het ziekenhuis, regelen wij speciale thuishulp zoals gezinszorg of wijkverpleging. Uw casemanager of de afdelingsverpleegkundige zal dit met u bespreken.

De rol van de huisarts

Eenmaal thuis kan contact met de huisarts een waardevolle steun zijn. Er zijn huisartsen die uit zichzelf hun patiënt bezoeken. Anderen wachten tot de patiënt laat weten dat hij/zij behoefte heeft aan een bezoek. Als u contact met uw huisarts op prijs stelt, meld dit hem of haar dan, zodat uw huisarts weet wat uw verwachtingen zijn.

Afspraak voor controle

Bij ontslag wordt er een controle-afspraak voor u gemaakt. Deze vindt ongeveer twee weken na de operatie plaats op de polikliniek Chirurgie. In de tussenliggende periode onderzoekt de patholoog het tijdens de operatie verwijderde deel van uw endeldarm (inclusief de tumor) en het vetweefsel met lymfeklieren. Vervolgens bespreekt het gespecialiseerd behandelteam of en welke vervolgbehandeling(en) er nodig zijn. Tijdens het polibezoek vertelt de chirurg u de uitslag van het weefselonderzoek (tenzij dit al tijdens de opname is gebeurd) en wordt het verdere behandelvoorstel met u besproken. Ook wordt gekeken of het litteken goed geneest en worden de hechtingen verwijderd (indien er geen oplosbare hechtingen zijn gebruikt). Naast de afspraak met de chirurg heeft u een (bel)afspraak met uw casemanager om te bespreken hoe het verder met u gaat. Indien van toepassing krijgt u ook een afspraak bij de stomaverpleegkundige en/of de wondpolikliniek. Heeft u nog vragen over de ingreep, dan kunt u deze stellen tijdens het controlebezoek.

Direct contact opnemen

Neemt u de eerste 30 dagen na de operatie direct contact op als:

  • u koorts heeft boven 38,5°C;

  • het wondgebied toenemend rood, warm en opgezwollen wordt, een onaangename geur heeft en/of er sprake is van een toename van pijn en/of vochtlekkage van de wond;

  • u plotseling toenemend kortademig wordt.

  • u last krijgt van hevige buikpijnen en/of last krijgt van een opgezette of harde buik;

  • u (veelvuldig) moet overgeven;

  • u last krijgt van ernstige diarree;

  • u bloed of bloedstolsels verliest via uw anus;

  • uw stoma (indien van toepassing) gedurende 2 dagen niet productief is (als er niets uit komt) en u daarbij klachten heeft;

  • uw been rood, dik, gezwollen en/of pijnlijk wordt (dit kan wijze op een verstopping van de diepe afvoerende aderen door gestold bloed: trombose).

Contact

Voor vragen over praktische zaken en wanneer u zich zorgen maakt over lichamelijke verschijnselen kunt u de eerste 48 uur na ontslag bellen met uw casemanager. Tijdens kantooruren (maandag tot en met vrijdag) van 8.30 – 16.00 met de casemanager coloncare 071 582 9320.

Buiten kantooruren

  • Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met verpleegafdeling Chirurgie (A2), telefoonnummer: 071 582 8690.

  • Buiten kantooruren en spoed? Bel de spoedeisende hulp (SEH): 071 582 8905. Geef daarbij aan dat u bent geopereerd.

Tot slot

Wanneer u na het lezen van deze folder vragen of opmerkingen heeft, kunt u deze bespreken met uw arts, afdelingsverpleegkundige of casemanager. Denkt u eraan bij ieder bezoek aan het ziekenhuis een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitsbewijs, rijbewijs) en uw zorgverzekeringpas mee te nemen. Zijn uw gegevens (verzekering, huisarts, etc.) gewijzigd, meldt u dit dan bij de patiëntenregistratie op de begane grond in de hal van het ziekenhuis. Wij stellen het op prijs als u zich tijdig meldt voor de afspraak.

Terug naar boven