Afspraak

Wij verwachten u op ……………………… dag, ………… - ………… - 20…….…. om ……………. uur

  • op de afdeling dagverpleging Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp, routenummer 270

  • op de afdeling dagverpleging Alrijne Ziekenhuis Leiden, afdeling 3A (3e etage)

Neem een geldig legitimatiebewijs (paspoort, rijbewijs of identiteitsbewijs) en het pasje van uw zorgverzekering mee. Zijn uw gegevens (verzekering, huisarts) gewijzigd, dan vragen wij u dit te melden bij de Patiëntenregistratie in de hal op de begane grond van het ziekenhuis.

Uw behandelend arts heeft voor u een punctie en/of drainage met behulp van echografie aangevraagd. In deze folder leest u hoe dit onderzoek zal verlopen en welke voorbereidingen u moet treffen.

Wat is een echografie

Een echografie is het maken van beelden met behulp van geluidsgolven. De geluidsfrequenties die hierbij worden gebruikt, zijn zo hoog dat u het geluid niet kunt horen. Een klein apparaatje, dat over uw huid wordt bewogen, zendt het geluid uit. Het echoapparaat vangt de geluidsgolven die uw organen terugzenden op, en zet deze om in een bewegend beeld. Dit beeld is op een monitor te zien.

Echografie en zwangerschap

Bij een echografie gebruiken we geluidsgolven, geen röntgenstralen. Het onderzoek kan dan ook zonder bezwaar bij zwangere vrouwen worden uitgevoerd.

Wat is een punctie

Er bestaan verschillende soorten puncties:

  • een dunne naald punctie (cytologische punctie);

  • een dikke naald punctie (biopsie);

  • een drainage.

Uw behandelend arts heeft met u besproken welke punctie in uw geval wordt uitgevoerd. Leest u de betreffende informatie in deze folder. Het is mogelijk dat de arts besluit dat na een dunne naald punctie nog een dikke naald punctie moet worden gedaan.

De dunne naald punctie (cytologische punctie)

Een dunne naald punctie wordt ook wel een cytologische punctie genoemd. Deze punctie wordt met behulp van echografie uitgevoerd.

Doel van het onderzoek

Uw behandelend arts heeft met u besproken dat er lichaamsweefsel nader onderzocht moet worden. Een aantal cellen uit dit weefsel wordt opgezogen via een dunne naald. Deze cellen worden onderzocht in het laboratorium.

Voorbereiding

Voor dit onderzoek zijn geen voorbereidingen nodig.

Het onderzoek

Op de afgesproken tijd meldt u zich bij de balie van de afdeling radiologie. Daarna neemt u plaats in de wachtkamer, waar u wordt opgehaald. In het kleedhokje ontbloot u het deel van uw lichaam dat onderzocht gaat worden. U neemt plaats op de onderzoektafel. Voor de meeste onderzoeken moet u op de rug liggen. Een radioloog voert de punctie uit, bijgestaan door een doktersassistent of medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundige (MBB’er). Het te onderzoeken lichaamsdeel wordt ingesmeerd met gel. De radioloog bepaalt met behulp van echografie de plaats waar geprikt zal worden. Hierna wordt het plekje met alcohol schoongemaakt. De radioloog prikt met een dunne naald in het plekje en beweegt de naald op en neer om cellen los te maken. Dit kan een onaangenaam gevoel geven. Er wordt een aantal cellen opgezogen door de naald. Hierna wordt de naald verwijderd. Bij onvoldoende cellen wordt er nog een keer geprikt. Als het onderzoek klaar is, krijgt u een pleister op het prikgaatje en kunt u zich weer aankleden.

Duur van het onderzoek

Het onderzoek duurt 20 minuten.

Na het onderzoek

U mag na het onderzoek alles weer doen wat u gewend bent te doen. Het is mogelijk dat de plaats waar geprikt is in de loop van de dag pijnlijk aanvoelt en/of blauw wordt. Hier hoeft u zich geen zorgen over te maken. De blauwe plek verdwijnt na enkele dagen.

De uitslag van het onderzoek

De uitslag van het laboratoriumonderzoek is meestal na één week bekend. Uw behandelend arts bespreekt met u de uitslag tijdens het eerstvolgende bezoek aan de polikliniek.

    De dikke naald punctie (biopsie)

    Een dikke naald punctie wordt ook wel biopsie genoemd. Deze punctie wordt met behulp van echografie uitgevoerd.

    Doel van het onderzoek

    Uw behandelend arts heeft met u besproken dat er lichaamsweefsel nader onderzocht moet worden. Tijdens dit onderzoek worden er met behulp van een dikke naald kleine stukjes weefsel weggenomen. Deze stukjes weefsel worden vervolgens onderzocht in het laboratorium.

    Medicijngebruik

    Bloedverdunnende medicijnen

    Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen (zoals Marcoumar, Sintrom, Ascal, Plavix enz.) dan moet u dit melden aan de behandelend arts. Uw behandelend arts informeert u of u met deze medicijnen moet stoppen en wanneer. Tevens zal u behandelende arts u vertellen wanneer u uw gebruikelijke bloedverdunnende medicijnen weer kunt innemen.

    Overige medicijnen

    In principe kunt u uw eventuele andere medicijnen op de normale manier innemen.

    Voorbereiding

    • Voorbereiding voor een punctie in de hals, borsten of ledematen Voor deze onderzoeken is geen speciale voorbereiding nodig. U wordt voor deze onderzoeken niet opgenomen. U meldt zich op de afgesproken dag en tijd bij de balie van de afdeling Radiologie.

    • Voorbereiding voor een punctie in een van de buikorganen (bijvoorbeeld lever, nieren, alvleesklier, lymfeklieren in de buik) Voor deze onderzoeken wordt u een dag opgenomen. Op de dag van het onderzoek zijn de volgende voorbereidingen nodig:

    • Bloedprikken Een aantal dagen voor het onderzoek is bij u bloed geprikt om de stollingswaarden te bepalen. Het is van belang dat er bloedafname plaats vindt om te bepalen hoe snel uw bloed stolt.

    • Regel tevoren vervoer naar huis Na de punctie mag u niet zelf naar huis rijden; regel daarom dat u wordt opgehaald.

    • Nuchter U moet nuchter komen. Dat betekent dat u de avond voorafgaand aan het onderzoek vanaf 24.00 uur niet meer mag eten, drinken of roken.

    • Opname afdeling dagbehandeling U meldt zich op de afgesproken tijd op de afdeling dagbehandeling, waar u een aantal uren wordt opgenomen.

    • In bed U krijgt een operatiehemdje aan en gaat vervolgens in bed liggen. De verpleegkundige controleert de bloeduitslagen.

    • Infuus De verpleegkundige brengt een infuus in. Dit is een plastic buisje dat blijft zitten, totdat u weer naar huis gaat.

    • Naar de afdeling Radiologie Op de afgesproken tijd wordt u in uw bed naar de afdeling Radiologie gebracht.

    Het onderzoek

    Nadat u bent aangemeld op de afdeling Radiologie, wordt u opgehaald door een doktersassistent of medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundige (MBB’er). Voor de meeste onderzoeken moet u op de rug liggen. Een radioloog voert de punctie uit, bijgestaan door een doktersassistent of MBB’er. De radioloog bespreekt met u de gang van zaken tijdens het onderzoek. Het te onderzoeken lichaamsdeel wordt ingesmeerd met gel. De radioloog bepaalt met behulp van echografie de plaats waar geprikt zal worden. Hierna wordt het plekje met alcohol schoongemaakt. De radioloog geeft een injectie voor de verdoving, wat een branderig gevoel geeft. Als de verdoving is ingewerkt, wordt met een klein mesje een sneetje gemaakt. Door de verdoving voelt u hier niets van. Daarna prikt de arts onder echogeleide het orgaan aan en neemt een klein stukje weefsel weg. Tijdens het moment van puncteren krijgt u instructies over adem inhouden en doorademen. Het is heel belangrijk dat u stil ligt op dat moment. Tijdens de punctie wordt met echografie continu de positie van de naald gecontroleerd. Voor de punctie wordt een speciaal apparaat gebruikt. Als het om een orgaan in de buik gaat, gebruikt de arts een vrij lange naald. Het apparaat, samen met de naald is zo gemaakt dat het een stukje weefsel uit het orgaan wegneemt op het moment van de punctie. Meestal doet de arts twee of drie puncties, om voldoende weefsel te krijgen voor het laboratoriumonderzoek. Na afloop krijgt u een drukverband op de punctieplaats.

    Duur van het onderzoek

    Het onderzoek duurt ongeveer 50 minuten.

    Na het onderzoek

    Afhankelijk van de plaats waar geprikt is, gaat u naar huis of terug naar de verpleegafdeling.

    Nazorg na een punctie in de hals, in een borst of in een arm of been

    U mag direct na het onderzoek naar huis, maar het is wel belangrijk dat u het deze dag nog rustig aan doet. Dit betekent: niet sporten of andere intensieve bezigheden uitvoeren. Controleer zo nu en dan de plek waar geprikt is.

    Nazorg na een punctie in een buikorgaan

    U wordt in bed teruggebracht naar de verpleegafdeling. Afhankelijk van welk buikorgaan is aangeprikt, heeft u in principe twee tot vier uur bedrust in liggende houding op de rug of op de zij. De verpleegkundige komt het eerste uur een paar keer de bloeddruk en de pols meten en het wondje controleren, omdat er een risico bestaat op een nabloeding. Na een uur mag u weer wat eten en drinken. Het kan zijn dat u uitstralende pijn naar de rechterschouder heeft. Vraag zo nodig om pijnstilling. Als alle controles goed zijn, wordt het infuus verwijderd en mag u na een aantal uren naar huis. U mag niet zelfstandig naar huis, zorgt u ervoor dat iemand u komt halen.

    Klachten na de punctie

    De plaats waar geprikt is, wordt in de loop van de dag vaak blauw en pijnlijk. U kunt de plek koelen door er een ijszak op te doen. Dit vermindert de klachten. Leg de ijszak niet direct op de blote huid, maar doe er een doek tussen.

    Complicaties

    Bij dit onderzoek treden zelden ernstige complicaties op. De arts die het onderzoek heeft aangevraagd, heeft altijd de kans op complicaties afgewogen tegen de voordelen van de informatie die het onderzoek oplevert. Er is een kleine kans op een nabloeding, een fistel (kanaalvormig zweertje) of ophoping van lucht in de borstholte (pneumothorax). Neemt u bij twijfel contact op met polikliniek van uw behandelend arts.

    De uitslag

    Het weefsel dat bij de punctie is weggenomen gaat naar het laboratorium. De patholoog-anatoom zal het weefsel onderzoeken. U krijgt de uitslag van uw behandelend arts.

    De drainage

    Uw behandelend arts heeft met u een drainagebehandeling afgesproken. Voor de drainage wordt de exacte drainageplaats bepaald door middel van een echo-onderzoek.

    Doel van de behandeling

    Bij deze behandeling wordt een dun slangetje (drain) ingebracht om een teveel aan vocht of pus af te laten lopen. Het doel is om de druk, die door het teveel aan vocht veroorzaakt wordt, te verminderen.

    Medicijngebruik

    Bloedverdunnende medicijnen

    Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen (zoals Marcoumar, Sintrom, Ascal, Plavix enz.) dan moet u dit melden aan de behandelend arts. Uw behandelend arts informeert u of u met deze medicijnen moet stoppen en wanneer. Tevens zal u behandelende arts u vertellen wanneer u uw gebruikelijke bloedverdunnende medicijnen weer kunt innemen.

    Overige medicijnen

    In principe kunt u uw eventuele andere medicijnen op de normale manier innemen.

    Voorbereiding

    Voor deze behandeling wordt u opgenomen op de afdeling Dagbehandeling. Er zijn voor deze behandeling geen voorbereidingen nodig, tenzij uw behandelend arts anders met u heeft afgesproken.

    Opname afdeling dagbehandeling

    U meldt zich op de afgesproken tijd op de afdeling Dagbehandeling, waar u één dag wordt opgenomen. U krijgt een operatiehemdje aan en gaat vervolgens in bed liggen.

    De behandeling

    U wordt op de afgesproken tijd in uw bed naar de afdeling radiologie gebracht, waar u wordt opgehaald door een doktersassistent of medisch beeldvormings- en bestralingsdeskundige (MBB’er). Meestal moet u voor de behandeling op de rug liggen. Een radioloog voert de drainage uit, bijgestaan door een doktersassistent of MBB’er. De radioloog bespreekt met u voorafgaand aan de behandeling de gang van zaken. Het lichaamsdeel waar de drain wordt ingebracht, wordt ingesmeerd met gel. De radioloog bepaalt met behulp van echografie de plaats waar geprikt zal worden. Hierna wordt het plekje met alcohol schoongemaakt. De radioloog geeft een injectie voor de verdoving, wat een branderig gevoel geeft. Als de verdoving is ingewerkt, wordt met een klein mesje een sneetje gemaakt. Door de verdoving voelt u hier niets van. Daarna wordt de drain aangebracht. Dit is een plastic slangetje met een naald erin. Bij het inbrengen van de naald kunt u even een scherpe pijn voelen. De radioloog kan op de monitor van het echo apparaat zien of de drain op de goede plaats terechtkomt. Als de drain goed zit, verwijdert de radioloog de naald en blijft het slangetje achter. Hieraan wordt een zakje gekoppeld waar het vocht in kan lopen. Soms wordt de drain vastgehecht aan de huid. Dit voelt u niet, omdat de huid nog verdoofd is. Het wondje wordt afgedekt met een gaasje. Daarna wordt u in bed teruggebracht naar de verpleegafdeling.

    Duur van de behandeling

    De behandeling duurt ongeveer 50 minuten.

    Na de behandeling

    Als u terug bent op de verpleegafdeling en u zich goed voelt, dan kunt u met de drain uit bed. Let dan goed op dat de drain nergens achter blijft haken. De verpleegkundige zal regelmatig het wondje en de drain controleren. Als alles goed gaat, wordt de drain verwijderd en kunt u na een aantal uren naar huis. Het is mogelijk dat de drain langer moet blijven zitten. Is dit bij u het geval dan wordt u hierover op de afdeling geïnformeerd.

    Weer thuis

    Neem als er problemen zijn contact op met de polikliniek van uw behandelend arts.

    Controle

    U krijgt een afspraak mee voor controle bij uw behandelend arts.

    Vragen

    Heeft u na het lezen van de informatie in deze folder nog vragen, dan kunt u bellen met de afdeling Radiologie van Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp, telefoonnummer 071 582 8071. Het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis is 071 582 8282.

    Terug naar boven