Op deze afdeling worden patiënten verpleegd na een hartinfarct, met ritmestoornissen, ontstekingen aan het hart, verstoorde pompfunctie van het hart, hartklepaandoeningen en met aangeboren hartafwijkingen.

Medicatie in combinatie met ritmebewaking

Vaak kan een cardiologische patiënt al voor een groot deel met medicatie direct worden geholpen. De medicatie is gericht op het verbeteren van het hart en daarmee dus ook op het welzijn van de patiënt. Medicatie heeft direct invloed op het hart. Daarom dienen we medicatie onder ritmebewaking toe.

Aan de monitor

Al onze patiënten zijn aangesloten aan een monitor. Hiermee observeren we het hartritme. Ook maken we via deze monitor regelmatig een ECG (hartfilmpje). Ook wordt steeds de bloeddruk gemeten en bloed afgenomen door de CCU verpleegkundige of laboranten. Afhankelijk van de uitslag kan er vervolgonderzoek nodig zijn zoals:

Hartbewaking op afstand

Met telemetrie bewaking (hartritmebewaking op afstand) houden we naast onze eigen patiënten, ook de hartritmes van patiënten op de verpleegafdeling cardiologie (A3) in de gaten. 

Andere behandelingen en onderzoeken

  • Het inbrengen van uitwendige pacemakers bij patiënten met ernstige hartritmestoornissen, zoals een zeer traag hartritme of een blokkering in het geleidingssysteem van het hart.
  • Het cardioverteren van patiënten: via elektrotherapie het hart in een normaal ritme trachten te brengen. Per dag behandelen we zeker één à twee patiënten op deze manier.
  • Het implanteren van een "reveal" om het hartritme voor langere tijd te observeren.
  • Met behulp van C-PAP de ademhaling van een patiënt, die "tijdelijk" respiratoir insufficiënt is, ondersteunen.
Terug naar boven