Folder

De oogarts heeft bij u staar (cataract) geconstateerd. In deze folder geven wij u informatie over staar en de behandeling ervan. De folder bevat algemene informatie. Het is mogelijk dat het bij u iets anders gaat dan dat hier is beschreven.

Wat is staar?

In het oog, vlak achter de pupil, zit de heldere en doorzichtige ooglens. Als we ouder worden, wordt deze lens minder helder. Daardoor lijken de dingen die we zien, waziger en grauwer van kleur. Dit troebel worden van de ooglens wordt 'staar' of cataract genoemd.

Er bestaan verschillende vormen van staar:

  • jeugdstaar;

  • staar die ontstaan is door een ziekte of medicijngebruik;

  • staar die is ontstaan door beschadiging van het oog bij een ongeval;

  • ouderdomsstaar. Dit komt het meest voor. Ouderdomsstaar is een normaal verouderingsproces, net als het krijgen van rimpels of grijs haar. Iedereen die ouder wordt, krijgt hiermee te maken maar niet iedereen heeft er echt last van.

Het oog met lens, hoornvlies, iris en netvlies aangewezen.

Klachten als gevolg van staar

Klachten door staar die veel voorkomen zijn:

  • minder zien,

  • wazig beeld,

  • kleurveranderingen,

  • dubbelbeeld of schaduwbeeld met één oog,

  • last van verblinding bij tegenlicht of schitteringen,

  • wisselende of steeds veranderende brilsterkte,

  • slechter zien in het donker.

Meestal neemt de staar in de loop van de tijd toe. Sterkere brillenglazen helpen dan niet meer om goed te kunnen zien. Door de staar gaat u steeds minder goed zien. Dan is een bezoek aan de oogarts nodig.

Met staar en zonder staar

Links: normaal, rechts: staar

Heldere ooglens en troebele ooglens

Heldere ooglens (boven) en troebele ooglens (onder)

Onderzoek

Om er achter te komen of u inderdaad ouderdomsstaar heeft, bekijkt de oogarts uw ogen met een speciale lamp. Deze lamp geeft een smalle bundel licht. Hiermee kan de oogarts het voorste deel van het oog bekijken. Daar bevindt zich de ooglens. De oogarts kan met het licht zien of er troebelingen zijn in de ooglens en zo ja, hoe ver de staar zich al heeft ontwikkeld. Daarnaast onderzoekt de oogarts hoeveel u nog kunt zien en of uw ogen verder gezond zijn.

Behandeling van staar

Er bestaan geen medicijnen tegen staar. Opereren is de enige manier om echt iets aan ouderdomsstaar te doen. Deze operaties worden regelmatig gedaan, de staaroperatie is de meest uitgevoerde operatie ter wereld. Ook heel oude mensen kunnen aan staar worden geopereerd. Een staaroperatie kan het gezichtsvermogen meestal behoorlijk verbeteren. Als u behalve staar nog een andere oogziekte hebt, zoals bijvoorbeeld maculadegeneratie, glaucoom, een lui oog of diabetische retinopathie, kan het zijn dat het zicht geen 100% wordt, ook al is de operatie goed gelukt. Als dit bij u zo is, zal uw oogarts dit met u bespreken. Bij een staaroperatie haalt de oogarts de troebele lens uit het oog en vervangt deze door een kunstlens. Deze lens gaat de rest van uw leven mee. De oogarts opereert altijd maar één oog per operatie.

Wanneer behandelen?

Als u nog goed genoeg ziet om zonder problemen het dagelijkse werk en hobby's te kunnen doen, hoeft u zich (nog) niet te laten behandelen. Een operatie is dan niet direct nodig. U moet er dan wel rekening mee houden dat u in de toekomst aan staar wordt geopereerd. Staar wordt namelijk nooit minder; uw gezichtsvermogen gaat langzaam maar zeker achteruit. U gaat dus steeds minder goed zien. Is (beginnende) staar eenmaal ontdekt, dan is controle nodig als de klachten erger worden. Zodra de staar te hinderlijk wordt, kunt u een staaroperatie ondergaan. Wanneer u hier aan toe bent, kunt u zelf bepalen, natuurlijk altijd in overleg met uw oogarts.

De kunstlens

Bij de staaroperatie wordt uw eigen ooglens vervangen door een kunstlens. In overleg met de oogarts bepaalt u op welke brilsterkte u na de operatie wilt uitkomen. Als uw oog hiervoor geschikt is, kunt u een speciale lens krijgen om ook de cilinder of leessterkte te corrigeren. Voor deze lens moet u extra betalen. Uw oogarts kan u hierover informeren. De keuze van de goede kunstlens is geen exacte wetenschap, zelfs al wordt er gebruik gemaakt van gespecialiseerde apparatuur en computers. Het resultaat van de operatie kan ondanks zorgvuldige metingen vóór de operatie, anders uitvallen dan werd verwacht.

Voor de operatie

Als de oogarts een staaroperatie adviseert en u daarmee akkoord gaat, wordt er een operatie gepland. Op de polikliniek Oogheelkunde wordt een lensmeting (biometrie) gedaan. Dit is nodig om de sterkte van de kunstlens te bepalen. Voordat u wordt geopereerd is een voorbereidend onderzoek nodig op de polikliniek Anesthesie. Het is belangrijk dat u een actuele lijst van de medicijnen die u gebruikt, opvraagt bij uw apotheek, en dat u deze lijst meeneemt.

Informatie voor contactlensdragers

Wij proberen de sterkte van de kunstlens zo precies mogelijk te meten. Contactlenzen beïnvloeden de meting. Daarom mag u voorafgaand aan de lensmeting enkele weken geen contactlenzen dragen. U moet de lenzen van beide ogen uitlaten. Voor zachte contactlenzen is dit minimaal 2 weken, voor harde zuurstofdoorlatende contactlenzen is dit 4 weken. Na de oogmeting kunt u de lenzen weer dragen. 2 dagen voor de operatie mag u de contactlens niet meer in het te opereren oog dragen. U krijgt van de oogarts een recept mee voor oogdruppels en voor een rol pleisters. Ruim voor uw opname haalt u deze druppels en pleisters bij de apotheek.

Voorbereiding thuis

Twee dagen voor de operatie begint u met het druppelen van het te opereren oog. Dit staat aangegeven op het recept dat is meegegeven en op het druppelschema dat u in deze folder vindt. De oogdruppels die u normaal gebruikt, dient u naast de druppels voor en na de operatie te blijven gebruiken, tenzij de oogarts uitdrukkelijk heeft aangegeven dat u hiermee (tijdelijk) moet stoppen.

Opname

Als u onder plaatselijke verdoving wordt geopereerd, kunt u op de dag van de operatie gewoon eten en uw medicijnen innemen zoals u gewend bent. Voor de operatie mag u geen warme maaltijd en alcohol nuttigen. U kunt uw normale kleding aanhouden tijdens de operatie. Kies gemakkelijk zittende kleding; draag liever geen coltrui, stropdas, korset of strakke mouwen. Het is verstandig uw sieraden af te doen en deze thuis te laten, en ook geen geld of andere kostbare bezittingen mee te nemen. Ook moet u voorafgaand aan de operatie uw eventuele gehoorapparaat aan de kant van het te opereren oog uitdoen. Neem uw gehoorapparaat wel mee naar het ziekenhuis. Zorg ervoor dat rondom het te opereren oog geen make-up aanwezig is. Het is noodzakelijk dat er op de dag van de operatie iemand met u mee gaat naar het ziekenhuis. De totale wachttijd is ongeveer 2 à 3 uur. Houdt u er rekening mee dat u na de operatie niet zelf naar huis kan en mag rijden.

De verdoving

De operatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. Heel soms is algehele verdoving (narcose) nodig. Voor een staaroperatie onder plaatselijke verdoving moet u een half uur stil kunnen liggen. De staaroperatie wordt meestal gedaan met verdoving door oogdruppels. Soms kan het beter zijn om het oog te verdoven door een injectie naast het oog. Deze injectie is vrijwel pijnloos. Dit doen we bijvoorbeeld als we denken dat de operatie bij u wat langer zal duren. De oogarts beslist samen met u welke manier van verdoving voor u geschikt is.

De operatie

Tijdens de operatie bent u wakker. U ligt achterover op een verstelbare ligstoel. Het oog dat geopereerd wordt, is tijdens de operatie steriel afgedekt en wordt opengehouden met een ooglidspreider. Uw andere oog is afgedekt, dus u ziet niets van de operatie. Het oog dat geopereerd wordt, is verdoofd, dus u voelt geen pijn, en ook met dit oog kunt u niet meekijken. Wel kunt u waterdruppels voelen en de handen van uw oogarts op uw voorhoofd voelen. Soms kunt u licht en donker zien, en kleuren. De oogarts verwijdert de troebele lens en vervangt deze door een kunstlens. Tot slot krijgt u oogzalf in het oog, en een verband met een kapje op uw geopereerde oog. U gaat terug van de operatiekamer naar de afdeling Dagbehandeling. De verpleegkundige geeft u informatie over de nazorg thuis. Daarna kunt u onder begeleiding naar huis.

Na de operatie

Op de ochtend na de operatie haalt u het verband van het geopereerde oog. De pleisters en het verband kunt u weggooien. De plastic oogdop moet u schoonmaken en bewaren voor de nacht. Deze oogdop draagt u de eerste week na de operatie als u gaat slapen om te voorkomen dat u in uw oog wrijft of dat u met uw oog in het kussen drukt. Het is heel normaal dat u in het begin een beetje wazig ziet. Na het verwijderen van het verband kunt u de huid rondom het oog en de oogleden voorzichtig schoonmaken met een schoon wattenschijfje met kraanwater. Let op dat u niet direct in het oog zelf wrijft. Controleer vervolgens in de spiegel of de pupil rond is. Het oogwit kan behoorlijk rood zijn, dit is normaal en verdwijnt vanzelf. Als het verband eraf is, druppelt u het oog volgens de voorschriften van de oogarts (zie het druppelschema).

Controleafspraak

De dag na de operatie wordt u in de loop van de dag opgebeld door de assistent van de polikliniek Oogheelkunde. Hij of zij neemt een aantal vragen met u door om te horen hoe het gaat. Soms zal de assistent vragen of u naar het ziekenhuis kunt komen om het geopereerde oog te laten beoordelen. Zorgt u ervoor dat de telefoonnummers waarop wij u en een eventuele contactpersoon kunnen bereiken bij het ziekenhuis bekend zijn? U kunt deze telefoonnummers doorgeven aan de Patiëntenregistratie in de hal op de begane grond van het ziekenhuis. In sommige gevallen, bijvoorbeeld als u glaucoom heeft, zult u de eerste dag na de operatie voor controle naar de polikliniek Oogheelkunde moeten komen. Uw oogarts bespreekt dit met u als dat nodig is. 3 tot 4 weken na de staaroperatie krijgt u een afspraak op de polikliniek Oogheelkunde voor controle van uw geopereerde oog. Als u aan één oog geopereerd wordt, krijgt u bij die controle een briladvies mee voor de opticien. Als het andere oog ook geopereerd wordt, raden wij meestal aan om pas na de laatste controle van het tweede oog een nieuwe bril aan te schaffen. Dit is ongeveer 4 weken na de operatie van het tweede oog. U kunt met het briladvies langsgaan bij de opticien voor een passende bril voor de verte en voor het lezen. De opticien zal de geadviseerde sterktes over het algemeen zelf nog nameten.

Druppelinstructie

  1. Was altijd uw handen voordat u druppelt of uw oog aanraakt.

  2. Als u dit wilt, kunt u de huid rondom het oog en de oogleden voorzichtig schoonmaken met een schoon wattenschijfje met kraanwater. Let op dat u niet direct in het oog zelf wrijft.

  3. Hoe te druppelen: trek het onderste ooglid iets naar beneden, druppel in het gootje van het onderooglid. Tussen de verschillende soorten druppels 2 minuten wachten zodat de druppels goed kunnen inwerken. Let u vooral op dat de afstand tussen het oog en het flesje niet te groot of te klein is. Zorg ervoor dat het flesje het oog niet raakt.

  4. Het maakt niet uit in welke volgorde u de druppels gebruikt.

Tips

  • Kijk tijdens het druppelen omhoog.

  • Druppels koel bewaren, maar niet in de koelkast.

  • Na openen van de flesjes zijn de druppels 1 maand houdbaar.

110

Druppelschema

Na de operatie gebruikt u de oogdruppels volgens voorschrift van de arts, gedurende 4 weken na de operatie. U krijgt twee soorten oogdruppels, waarvan u met één soort (Indocollyre, een ontstekingsremmer) al 2 dagen voor de operatie begint. De volgorde waarin u de druppels gebruikt is niet van belang. Wel moet u minimaal 2 minuten tussen de beide druppels aanhouden zodat de eerste druppel door het oog kan worden opgenomen. Gebruik voor het druppelen het volgende schema:

Wanneer druppelen

Welke druppel

Hoe vaak druppelen

Hoe lang druppelen

2 dagen voor de staaroperatie

Indocollyre (Indometacine)

3 x daags

2 dagen

1 dag na de operatie tot 2 weken na de staaroperatie

Tobradex (Tobramycine / Dexamethason) Indocollyre

3 x daags 3 x daags

2 weken

Derde week na de staaroperatie

Tobradex Indocollyre

2 x daags 2 x daags

1 week

De vierde week na de staaroperatie

Tobradex Indocollyre

1 x daags 1 x daags

1 week

Leefregels voor thuis

  • Het geopereerde oog is de eerste week na de operatie kwetsbaar. Het is belangrijk om de eerste week ’s nachts de oogdop te dragen ter bescherming van het oog.

  • Wrijf de eerste maand niet in het oog.

  • Normaal huishoudelijk werk of kantoorwerk is toegestaan. U mag wandelen, televisie kijken, fietsen en lezen.

  • Handelingen waardoor druk op het oog kan ontstaan, zoals bukken, tillen en niezen, zijn toegestaan, maar niet teveel. U kunt uw haren wassen, maar doe dan wel uw geopereerde oog dicht. Let op dat u bij het afdrogen niet in het geopereerde oog wrijft of erop drukt.

  • U kunt na drie weken weer sporten. Wacht vier weken met zwemmen. Wees voorzichtig met sprong- en contactsporten.

  • Een week na de operatie kunt u weer een vliegreis maken. Houdt u wel rekening met de controle-afspraken bij de polikliniek Oogheelkunde.

  • Gebruik geen make-up gedurende de eerste twee weken na de staaroperatie.

  • Na de operatie kan het licht erg fel zijn voor uw oog; doe daarom eventueel een zonnebril op.

Belangrijke informatie

Het geopereerde oog kan nog enkele weken veel tranen en het andere oog traant mogelijk mee. U kunt het gevoel hebben alsof er iets in het geopereerde oog zit, als het ware het gevoel dat er een zandkorrel in het oog zit. Dit is normaal omdat er een klein wondje onder het bovenooglid is gemaakt. Soms duurt het even voordat u beter gaat zien. De genezing kan soms enkele weken duren, en het is mogelijk dat een bril moet worden aangemeten om scherp te zien.

Risico's van een staaroperatie

In het algemeen is het risico op complicaties zeer klein bij en na een staaroperatie.

  • Een bloeding of infectie kunnen het zicht blijvend doen verminderen. De kans hierop is erg klein, minder dan 1 op de 2000 operaties. Als u na een staaroperatie merkt dat u minder kunt zien, en het oog roder en pijnlijker is, moet u meteen contact opnemen met uw oogarts of de oogarts die dienst heeft.

  • Bij ongeveer 1-2 per 100 operaties loopt de operatie technisch moeizamer dan verwacht. In een aantal gevallen merkt u daar als patiënt niets van en herstelt het oog net zo snel als anders. In een aantal gevallen duurt het herstel wat langer, maar kunt u uiteindelijk best goed zien.

  • In een enkel geval lukt het niet om alle lensresten te verwijderen of om het kunstlensje te plaatsen tijdens de operatie. Heel af en toe moet er dan een tweede operatie aan het al geopereerde oog volgen.

Er kunnen na een staaroperatie tijdelijk nog andere problemen ontstaan, die meestal goed reageren op oogdruppels en/of tabletten:

  • verhoogde oogdruk (dit kan soms pijn veroorzaken);

  • het ontstaan van zwelling in de gele vlek (macula) van het netvlies (waardoor u minder scherp gaat zien);

  • zwelling van het hoornvlies; dit kan soms direct na een operatie aanwezig zijn. U gaat dan wazig zien, maar door druppelen wordt dit al snel beter, tenzij er sprake is van een bestaande hoornvliesaandoening.

Na een staaroperatie is er een klein risico op het ontstaan van een netvliesloslating. Verschijnselen van een netvliesloslating kunnen zijn:

  • u ziet lichtflitsen (alsof er een fotocamera flitst);

  • u ziet bewegende vlekjes;

  • toenemende uitval van het gezichtsveld: u ziet niet alles, er ontbreken stukken.

Bij deze verschijnselen moet u contact opnemen met uw oogarts of diens (dienstdoende) waarnemer. Lang niet altijd zal er bij deze symptomen overigens ook echt een netvliesloslating zijn, maar dit moet wel worden uitgesloten door de oogarts.

Neem ook contact op met de polikliniek Oogheelkunde bij:

  • aanhoudende hevige pijn en/of als u slechter gaat zien met het geopereerde oog;

  • twijfel in een bepaalde situatie (anders dan hierboven vermeld).

Nastaar

Na een staaroperatie kan er een nieuwe troebeling ontstaan. Het lijkt dan of de staar terugkomt. Dit wordt nastaar genoemd en het ontwikkelt zich meestal enige tijd (maanden of jaren) na de staaroperatie. Nastaar is met behulp van de YAG-laser te behandelen. Hierbij wordt er een opening in de nastaar gemaakt. Deze behandeling is pijnloos.

Wat te doen bij ziekte of verhindering

Kunt u door ziekte of om andere reden de gemaakte afspraak niet nakomen, neem dan zo snel mogelijk contact op met de polikliniek Oogheelkunde. Neem uiterlijk 24 uur van te voren contact op. Belt u later af, dan zijn wij genoodzaakt de tijd die voor u gereserveerd is in rekening te brengen. U ontvangt hiervoor een nota van het ziekenhuis.

Tot slot

Denkt u eraan bij ieder bezoek aan het ziekenhuis een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitsbewijs, rijbewijs), een actueel medicatie overzicht en uw zorgverzekeringspas mee te nemen. Zijn uw gegevens (verzekering, huisarts, etc.) gewijzigd, meldt u dit dan bij de Patiëntenregistratie op de begane grond in de hal van het ziekenhuis.

Uw team

Op onze polikliniek werken naast de oogartsen ook optometristen, orthoptisten en TOA’s (technisch oogheelkundig assistenten). Zij zullen voorafgaand aan uw bezoek aan de oogarts de vooronderzoeken doen. Houdt u daarom rekening met een langere bezoektijd op onze polikliniek. Daarnaast is Alrijne Ziekenhuis een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat u onderzocht kunt worden door een coassistent of behandeld kunt worden door een oogarts in opleiding, beide onder directe supervisie van uw oogarts. Heeft u hiertegen bezwaar, meldt u dit dan voor aanvang van de afspraak.

Meer informatie

Voor meer achtergrondinformatie over oogaandoeningen en de behandeling ervan kunt u kijken op www.oogartsen.nl. Deze informatieve site wordt onderhouden door onder anderen de oogartsen van Alrijne Ziekenhuis. U vindt er teksten, foto’s, filmpjes en handige links naar bijvoorbeeld patiënten verenigingen. Ook kunt u veel informatie vinden op www.oogheelkunde.org.

Vragen

Heeft u nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van deze folder, stelt u deze dan aan uw oogarts of de medewerkers van de polikliniek Oogheelkunde. De polikliniek Oogheelkunde Alrijne Ziekenhuis Leiden heeft routenummer 7 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via 071 517 83 24 van 08.30 tot 12.30 en van 13.30 tot 16.30 uur. De polikliniek Oogheelkunde Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp heeft routenummer 7 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via 071 582 8058 van 08.30 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 16.30 uur. De polikliniek Oogheelkunde Alrijne Ziekenhuis Alphen aan den Rijn heeft routenummer 40 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via 0172 467 058 van 08.30 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 16.30 uur. De Spoedeisende Hulp (SEH) van Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp is bij een spoedeisende zorgvraag buiten kantoortijden telefonisch te bereiken via 071 582 8905. Tijdens kantooruren staan de medewerkers van onze polikliniek u graag te woord.

drs. E. (Elizabeth) Ganteris - Gerritsen

Oogarts

drs. B.I. (Barbara) Haeseker

Oogarts

dr. N.G.M. (Nanouk) Hermans - Wiemer

Oogarts

drs. F.L.L. (Floor) Berkhout

Oogarts

drs. R.C.M. (Marit) Maatman

Oogarts

dr. J. (Janna) Minderhoud

Oogarts

dr. M.T.P. (Monica) Odenthal

Oogarts

drs. R. (Ruud) van der Pol

Oogarts

drs. A.J.W. (Anthony) Raijmakers

Oogarts

drs. H. (Helen) van Santbrink - Bakker

Oogarts

drs. F.R. (Florentine) de Vries

Oogarts

Dhr. R.H.T. (Ruby) Hoogenboom

Optometrist

L. (Linda) Hendrikse - Wiegman

Optometrist

Mw. S.J.M. (Sarine) van Leeuwen

Optometrist

Dhr. A. (Angel) de la Llama Celis

Optometrist

Mw. L. (Laura) Zwaagstra

Optometrist

M.E. (Marloes) van Beest

Optometrist

Mw. N. (Nataschja) Steendam - Kramer

Technisch oogheelkundig assistent

Mw. M.T. (Marjolein) van Eijk

Technisch oogheelkundig assistent

Mw. A.J. (Brammine) van Rijn

Technisch oogheelkundig assistent

Dhr. M.B. (Bas) Muijzer

Technisch oogheelkundig assistent

Mw. H.N. (Hanneke) de Vries

Technisch oogheelkundig assistent

Mw. J. (José) Roolfs

Technisch oogheelkundig assistent

Mw. I.A.W. (Ingrid) Vreeswijk - Beijk

Technisch oogheelkundig assistent

Terug naar boven