Afdelingen & Specialismen

De oogarts heeft gezien dat u staar (cataract) heeft. In deze folder staat informatie over staar en de behandeling ervan. De informatie in deze folder is heel algemeen. Het kan zijn dat het bij u iets anders gaat dan in deze folder staat. Wij vertellen u:Wat staar is;Waar u last van kunt hebben;Hoe we staar kunnen behandelen;Wat u kunt verwachten rondom en tijdens de operatie;Welke risico's er zijn bij een staaroperatie.

 

Wat is staar?

In het oog zit de heldere en doorzichtige ooglens. Deze zit vlak achter de pupil. Als we ouder worden, wordt deze lens minder helder. De lens wordt troebel. Daardoor lijken de dingen die we zien waziger en grauwer van kleur. Dit troebel worden van de ooglens noemen we 'staar' of cataract.

Er bestaan verschillende vormen van staar:

  • jeugdstaar;
  • staar die is ontstaan door een ziekte of door medicijngebruik;
  • staar die is ontstaan door beschadiging van het oog bij een ongeval;
  • ouderdomsstaar. Dit komt het meest voor. Ouderdomsstaar is een normaal verouderingsproces, net als het krijgen van rimpels of grijs haar. Iedereen die ouder wordt, krijgt hiermee te maken, maar niet iedereen heeft er echt last van.
staar


Waar kunt u last van hebben als u staar heeft?

Als u staar heeft kunt u last hebben van:
  • minder zien,
  • wazig beeld,
  • kleurveranderingen,
  • dubbelbeeld of schaduwbeeld met één oog,
  • last van verblinding bij tegenlicht of schitteringen,
  • wisselende of steeds veranderende brilsterkte,
  • slechter zien in het donker.

Meestal wordt de staar langzaam erger. Sterkere brillenglazen helpen dan niet meer om goed te kunnen zien. Door de staar gaat u steeds minder goed zien. Dan is een bezoek aan de oogarts nodig.

Met staar en zonder staar


Links: normaal zien. Rechts: zien met staar

lens helder en troebel


Heldere ooglens (links) en troebele ooglens (rechts)


Onderzoek

Om erachter te komen of u inderdaad ouderdomsstaar heeft, bekijkt de oogarts uw ogen met een speciale lamp. Deze lamp geeft een smalle bundel licht. Hiermee kan de oogarts het voorste deel van het oog bekijken. Daar zit de ooglens. De oogarts kan met het licht zien of de ooglens troebel is (= staar). Ook onderzoekt de oogarts hoeveel u nog kunt zien en of uw ogen verder gezond zijn.

Behandeling van staar

Er zijn geen medicijnen tegen staar. Opereren is de enige manier om iets aan ouderdomsstaar te doen. Bij de operatie vervangt de oogarts de troebele lens door een kunstlens. Deze operaties worden heel vaak gedaan. De staaroperatie is de meest uitgevoerde operatie ter wereld. Ook heel oude mensen kunnen aan staar worden geopereerd. Na een staaroperatie kunt u meestal beter zien. Heeft u behalve staar nog een andere oogziekte? Bijvoorbeeld maculadegeneratie, glaucoom, een lui oog of diabetische retinopathie? Dan kan het zijn dat het niet lukt om u 100% scherp te laten zien, ook al is de operatie goed gelukt. Als dit bij u zo is, zal uw oogarts dat met u bespreken.
Bij een staaroperatie haalt de oogarts de troebele lens uit het oog en vervangt deze door een kunstlens. Deze lens gaat de rest van uw leven mee. De oogarts opereert meestal maar één oog per operatie.

Wanneer behandelen?

Ziet u nog goed genoeg om het dagelijkse werk en hobby's te kunnen doen? Dan is een staaroperatie meestal nog niet nodig. U moet er dan wel rekening mee houden dat u in de toekomst aan staar wordt geopereerd. Staar wordt namelijk nooit minder. U gaat langzaam steeds minder goed zien. Is (beginnende) staar ontdekt, dan is controle nodig als de klachten erger worden. Zodra u veel last krijgt van de staar dan zullen wij u opereren. U bepaalt zelf wanneer de operatie nodig is, natuurlijk altijd in overleg met uw oogarts.
Uitzondering hierop: soms ontstaat door staar een hoge oogdruk, terwijl u nog goed kunt zien. De oogarts zal dan toch adviseren om u te opereren en de ooglens te vervangen door een kunstlens. Zo wordt de oogdruk weer lager. En dat is belangrijk, want een hoge oogdruk kan de oogzenuw beschadigen.

De kunstlens

Bij de staaroperatie wordt uw eigen ooglens vervangen door een kunstlens. Samen met de oogarts bepaalt u op welke brilsterkte u na de operatie wilt uitkomen.

Veel mensen denken dat ze na een staaroperatie geen bril meer nodig zullen hebben. Dat is meestal niet zo. In ongeveer 80% van de gevallen komt de sterkte van de bril ongeveer zo uit als werd voorspeld: binnen een half punt van de sterkte. In 20% van de gevallen is de afwijking groter. Dit kan worden gecorrigeerd met een bril of contactlenzen. Er is dus een kans dat u toch een bril of contactlenzen nodig hebt om goed te kunnen zien. Verder hebt u na de operatie nog steeds een leesbril nodig.
Als u bijziend bent (een bril met 'min' sterkte hebt) en zonder bril kunt lezen, kunt er ook voor kiezen dit zo te houden: u blijft dan bijziend. Dan hebt u nog steeds voor veraf kijken een bril nodig.
Veel mensen kiezen na een staaroperatie weer voor een multifocale bril: een bril waarmee u zowel dichtbij als veraf kunt zien.
Er bestaan ook speciale lenzen waardoor u minder vaak een bril nodig hebt. Als uw oog hiervoor geschikt is, kunt u een speciale lens krijgen om ook de cilinder of leessterkte te corrigeren. Voor deze lens moet u extra betalen. Uw oogarts kan u hierover informeren.

Voor de operatie

Als u met de oogarts heeft afgesproken dat u aan staar zult worden geopereerd, worden op de polikliniek Oogheelkunde nog enkele onderzoeken gedaan.

  • Eerst krijgt u een lensmeting (biometrie). Dit is nodig om de sterkte van de kunstlens te bepalen.
  • Ook moet u een vragenlijst over uw gezondheid invullen.
  • Er worden een paar metingen gedaan: zoals bloeddruk en hartslag meten.
  • Het is belangrijk dat u een actuele lijst van de medicijnen die u gebruikt, opvraagt bij uw apotheek, als u deze nog niet meegenomen had. Deze moet u inleveren bij de polikliniek Oogheelkunde.

Pas als de vragenlijst en medicatielijst zijn ingevuld en ingeleverd, kan een operatiedatum worden ingepland. Hoe snel u aan de beurt ben voor de operatie, hangt af van een eventuele wachtlijst.

Meestal wordt de operatie gedaan onder plaatselijke verdoving. Alleen als u onder narcose moet worden geopereerd, krijgt u eerst nog een onderzoek bij de polikliniek Anesthesie (preoperatief onderzoek).

Informatie voor contactlensdragers

Wij proberen de sterkte van de kunstlens zo precies mogelijk te meten. Contactlenzen beïnvloeden de meting. Daarom mag u voor de lensmeting enkele weken geen contactlenzen dragen. Voor zachte contactlenzen is dit minimaal 2 weken. Voor harde zuurstofdoorlatende contactlenzen is dit 4 weken. Na de oogmeting kunt u de lenzen weer dragen. 2 dagen voor de operatie mag u de contactlens niet meer in het oog dragen dat wordt geopereerd.

U krijgt van de oogarts een recept mee voor oogdruppels en voor een rol pleisters. Ongeveer een week voordat u wordt geopereerd, haalt u deze druppels en pleisters bij de apotheek.

Voorbereiding thuis

LET OP: 2 dagen voor de operatie begint u met het druppelen van het te opereren oog. Dit staat op het recept dat u heeft gekregen. En het staat in het druppelschema in deze folder.
Gebruikt u normaal al oogdruppels? Dan moet u deze druppels gewoon blijven gebruiken. U moet er alleen (tijdelijk) mee stoppen als de oogarts dat zegt. Als u niets hebt gehoord, moet u er dus gewoon mee doorgaan.

Opname

  • Als u onder plaatselijke verdoving wordt geopereerd, kunt u op de dag van de operatie gewoon eten. Ook kunt u uw medicijnen innemen zoals u gewend bent. Voor de operatie mag u geen warme maaltijd eten en geen alcohol drinken.
  • U kunt tijdens de operatie gewoon uw kleding aanhouden. Kies gemakkelijk zittende kleding; draag liever geen coltrui, stropdas, korset of strakke mouwen.
  • Draag geen sieraden. Laat deze thuis. Neem ook geen geld of andere kostbare bezittingen mee.
  • Heeft u een gehoorapparaat? Voor de operatie moet u deze uitdoen aan de kant van het oog dat wordt geopereerd. Neem uw gehoorapparaat wel mee naar het ziekenhuis.
  • Zorg ervoor dat op en rond het te opereren oog geen make-up aanwezig is: bijvoorbeeld geen oogmake-up en ook geen crème op de ogen. Verwijder alle make up de avond voor de operatie.

Het is noodzakelijk dat er op de dag van de operatie iemand met u mee gaat naar het ziekenhuis. De totale wachttijd is ongeveer 2 à 3 uur.
Houdt u er rekening mee dat u na de operatie niet zelf naar huis kan en mag rijden.

De verdoving

De operatie gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. Heel soms is algehele verdoving (narcose) nodig. Voor een staaroperatie onder plaatselijke verdoving moet u een half uur stil kunnen liggen.

De staaroperatie wordt meestal gedaan met verdoving door oogdruppels. Soms kan het beter zijn om het oog te verdoven door een injectie naast het oog. Deze injectie is bijna pijnloos. Dit doen we bijvoorbeeld als we denken dat de operatie bij u wat langer zal duren. De oogarts beslist samen met u welke manier van verdoven voor u geschikt is.

De operatie

  • Tijdens de operatie bent u wakker. U ligt achterover op een verstelbare ligstoel.
  • Het oog dat geopereerd wordt, is tijdens de operatie steriel afgedekt met een doek over uw hoofd. Het oog wordt opengehouden met een ooglidspreider. Uw andere oog is afgedekt, dus u ziet niets van de operatie.
  • Het oog dat geopereerd wordt is verdoofd. U voelt geen pijn. Wel kunt u waterdruppels voelen en de handen van uw oogarts op uw voorhoofd voelen. U moet tijdens de operatie naar een licht kijken. Soms kunt u beweging zien en kleuren, maar u ziet niet precies wat er gebeurt.
  • De oogarts verwijdert de troebele lens en vervangt deze door een kunstlens.
  • Als de operatie klaar is krijgt u oogzalf in het oog en een verband met een kapje op uw geopereerde oog. U gaat terug van de operatiekamer naar de afdeling Dagbehandeling.
  • De verpleegkundige geeft u informatie over de nazorg thuis.
  • Daarna kunt u onder begeleiding naar huis.

Na de operatie - weer thuis

  • Op de ochtend na de operatie haalt u het oogkapje van het geopereerde oog. De pleisters en eventueel het verband kunt u weggooien.
  • De plastic oogdop moet u schoonmaken en bewaren voor de nacht. Deze oogdop draagt u de eerste week na de operatie als u gaat slapen. Zo voorkomt u dat u in uw oog wrijft of dat u met uw oog in het kussen drukt.
  • Na het verwijderen van het verband kunt u de huid rondom het oog en de oogleden voorzichtig schoonmaken. Gebruik hiervoor een schoon wattenschijfje met kraanwater. Let op dat u niet in het oog zelf wrijft.
Daarna doet u enkele eenvoudige controles:
  • Kunt u alweer iets zien? Het is heel normaal dat u in het begin nog een beetje wazig ziet.
  • Kijk daarna in de spiegel of de pupil rond is. De pupil kan groter of juist kleiner zijn dan van het andere oog, dit is normaal.
  • Het oogwit kan rood zijn. Dit is normaal en het gaat vanzelf weg.

Druppelen:
Als het verband eraf is, druppelt u het oog volgens de voorschriften van de oogarts (zie het druppelschema).

Maakt u zich ongerust?
Maakt u zich ongerust of lijkt het oog niet in orde? Of hebt u pijn, wat met een pijnstiller zoals paracetamol niet over gaat? Bel dan naar de polikliniek Oogheelkunde. Soms zal de assistent dan vragen of u naar het ziekenhuis kunt komen zodat de oogarts het geopereerde oog kan controleren. Soms is alleen uitleg of advies .


In sommige gevallen, bijvoorbeeld als u glaucoom heeft, moet u de eerste dag na de operatie voor controle naar de polikliniek Oogheelkunde komen. Uw oogarts bespreekt dit met u als dat nodig is.
Er kunnen ook andere redenen zijn om u voor controle te laten komen. Maar meestal is dit - als de operatie goed is gegaan - niet nodig.

Zorgt u ervoor dat wij de telefoonnummers hebben waarop wij u en een eventuele contactpersoon kunnen bereiken? U kunt deze telefoonnummers doorgeven aan de Registratie in de hal op de begane grond van het ziekenhuis.

Controle-afspraak
3 tot 4 weken na de staaroperatie krijgt u een afspraak op de polikliniek Oogheelkunde voor controle van uw geopereerde oog. Als u aan één oog geopereerd wordt, krijgt u bij die controle een briladvies mee voor de opticien. Wordt het andere oog ook geopereerd? Dan raden wij meestal aan om pas enkele weken na de laatste controle van het tweede oog een nieuwe bril aan te schaffen. Namelijk ongeveer 6 weken na de operatie van het tweede oog. U kunt met het briladvies langsgaan bij de opticien voor een passende bril voor de verte en voor het lezen. De opticien meet de geadviseerde sterktes nog na.

Druppelinstructie

  1. Was altijd uw handen voordat u druppelt of uw oog aanraakt.
  2. Als u dit wilt, kunt u de huid rondom het oog en de oogleden voorzichtig schoonmaken met een schoon wattenschijfje met kraanwater. Let op dat u niet in het oog zelf wrijft.
  3. Hoe moet u druppelen? Trek het onderste ooglid met 1 vinger iets naar beneden. Druppel in het gootje van het onderooglid. Tussen de verschillende soorten druppels 2 minuten wachten zodat de druppels goed kunnen inwerken. Let u vooral op dat de afstand tussen het oog en het flesje niet te groot of te klein is. Zorg ervoor dat het flesje het oog niet raakt.
  4. Het maakt niet uit in welke volgorde u de druppels gebruikt.

Tips

  • Kijk tijdens het druppelen omhoog en houd het hoofd achterover.
  • Druppels koel bewaren, maar niet in de koelkast.
  • Na openen van de flesjes zijn de druppels 1 maand houdbaar.
oog

Druppelschema

Na de operatie gebruikt u de oogdruppels volgens voorschrift van de arts, gedurende 4 weken na de operatie.
U krijgt twee soorten oogdruppels, waarvan u met één soort (Indocollyre, een ontstekingsremmer) al 2 dagen voor de operatie begint.
De volgorde waarin u de druppels gebruikt maakt niet uit. Wel moeten er minimaal 2 minuten tussen de beide druppels zitten zodat de eerste druppel goed door het oog kan worden opgenomen.

Gebruik voor het druppelen het volgende schema:
Wanneer druppelen Welke druppel Hoe vaak druppelen Hoe lang druppelen

2 dagen vóór de staaroperatie


Indocollyre(Indometacine)

3 x per dag

2 dagen

1 dag na de operatie tot 2 weken na de staaroperatie


Tobradex
(Tobramycine / Dexamethason)

Indocollyre


3 x per dag


3 x per dag



2 weken

Derde week na de staaroperatie


Tobradex

Indocollyre


2 x per dag

2 x per dag


1 week

De vierde week na de staaroperatie


Tobradex

Indocollyre


1 x per dag

1 x per dag


1 week

N.B. Gebruikt u normaal ook oogdruppels of ooggel/-zalf? Dan moet u deze gewoon gebruiken. Gebruik dan de gel of zalf als laatste.

Leefregels voor thuis

Bescherm uw oog
  • Het geopereerde oog is de eerste week na de operatie kwetsbaar. Draag dus de eerste week 's nachts de oogdop om het oog te beschermen.
  • Wrijf de eerste maand niet in het oog. U mag het gesloten oog wel schoonmaken met een nat watje.Na een maand mag u weer in uw oog wrijven, maar wees wel voorzichtig.
  • Na de operatie kan het licht erg fel zijn voor uw oog; doe daarom eventueel een zonnebril op.

Werken en autorijden

  • U mag na de operatie normaal huishoudelijk werk of kantoorwerk doen. Doe de eerste weken geen zwaar lichamelijk of vuil werk. Houd er rekening mee dat u misschien de eerste weken minder goed kunt zien, tot u een nieuwe bril heeft. Overleg als u twijfelt met uw oogarts of bedrijfsarts.
  • U kunt pas weer autorijden als u voldoet aan de eisen van het CBR. Of en hoe snel u na de operatie mag autorijden, is voor iedere patiënt verschillend, daarom kan hier geen algemeen advies over gegeven worden. Hou er voor de zekerheid rekening mee, dat u misschien pas weer kunt rijden als er een nieuwe bril is aangepast. Dat is 6 weken na de operatie.

Lichamelijke inspanning
U mag bukken en tillen (tot twintig kilo). Wees in de eerste week wel voorzichtig met zware lichamelijke inspanning. U mag gewoon lezen, televisie kijken en werken achter de computer. Ook mag u gewoon sporten, zoals golfen en fietsen. Wij raden u aan om met fitness 1 week te wachten en daarna nog 3 weken voorzichtig aan te doen. Wees voorzichtig met sprong- en contactsporten.

Douchen en haren wassen
U kunt uw haren wassen, maar doe dan wel uw geopereerde oog dicht. Let op dat er geen shampoo in uw oog komt en dat u bij het afdrogen niet in het geopereerde oog wrijft of erop drukt.

Zwemmen en naar de sauna
Wacht 4 weken met zwemmen of saunabezoek in verband met infectiegevaar.

Make-up
Gebruik in de eerste 2 weken na de staaroperatie geen make-up.

Op vakantie
Een week na de operatie kunt u weer een vliegreis maken. Houdt u wel rekening met eventuele controle-afspraken bij de polikliniek Oogheelkunde.

Na 4 weken mag u weer alles doen.

Belangrijke informatie

  • Het geopereerde oog kan nog enkele weken veel tranen. Het kan zijn dat het andere oog ook traant.
  • U kunt het gevoel hebben alsof er iets in het geopereerde oog zit. Het lijkt dan alsof er een zandkorrel in het oog zit. Dit is normaal omdat er een klein wondje onder het bovenooglid is gemaakt.
  • Soms duurt het even voordat u beter gaat zien. De genezing kan soms enkele weken duren. En het is mogelijk dat u een bril nodig heeft om scherp te zien.

Risico's van een staaroperatie

Na een staaroperatie is de kans op complicaties klein.

  • Een bloeding of infectie in het oog is de meest ernstige complicatie. Door een infectie of bloeding in het oog kunt u blind worden aan het oog. De kans hierop is erg klein, minder dan 1 op de 2000 operaties. Als u in de weken na een staaroperatie merkt dat u minder kunt zien en het oog roder en pijnlijker is, moet u meteen contact opnemen met uw oogarts of de oogarts die dienst heeft.
  • Bij ongeveer 1-2 per 100 operaties gaat de operatie technisch moeilijker dan verwacht. Soms merkt u daar als patiënt niets van en herstelt het oog net zo snel als anders. Soms duurt het herstel wat langer, maar kunt u uiteindelijk best goed zien.
  • In een enkel geval lukt het niet om alle lensresten te verwijderen of om het kunstlensje te plaatsen tijdens de operatie. Dan kan een tweede operatie aan het al geopereerde oog nodig zijn.

Er kunnen na een staaroperatie tijdelijk nog andere problemen ontstaan, die meestal goed reageren op oogdruppels en/of tabletten:

  • verhoogde oogdruk (dit kan soms pijn veroorzaken);
  • het ontstaan van zwelling in de gele vlek (macula) van het netvlies (waardoor u minder scherp gaat zien);
  • zwelling van het hoornvlies direct na de operatie. U ziet daardoor wazig. Meestal merkt u dat dit na enkele dagen tot weken beter wordt. Als u al een ziekte aan het hoornvlies heeft kan de waas blijvend zijn, en is er misschien ook nog een hoornvliestransplantatie nodig.

Na een staaroperatie is er een klein risico op het ontstaan van een netvliesloslating:

  • u ziet lichtflitsen (alsof er een fotocamera flitst);
  • u ziet bewegende vlekjes;
  • toenemende uitval van het gezichtsveld: u ziet niet alles, er ontbreken stukken.

Als u hier last van heeft, moet u contact opnemen met uw oogarts of diens (dienstdoende) waarnemer. Lang niet altijd zal er bij deze symptomen overigens ook echt een netvliesloslating zijn, maar dit moet wel worden uitgesloten door de oogarts.

Neem ook contact op met de polikliniek Oogheelkunde bij:

  • hevige pijn en/of als u slechter gaat zien met het geopereerde oog;
  • twijfel in een bepaalde situatie (als u last heeft van iets anders dan hierboven is vermeld).

Nastaar

Na een staaroperatie kan er een nieuwe troebeling ontstaan. Het lijkt dan of de staar terugkomt. Dit wordt nastaar genoemd en het ontwikkelt zich meestal enige tijd (maanden of jaren) na de staaroperatie. Nastaar is met behulp van de YAG-laser te behandelen. Hierbij wordt er een opening in de nastaar gemaakt. Deze behandeling is pijnloos.

Wat te doen bij ziekte of verhindering

Kunt u door ziekte of om andere reden de gemaakte afspraak niet nakomen, neem dan zo snel mogelijk contact op met de polikliniek Oogheelkunde.
Neem uiterlijk 24 uur van te voren contact op. Belt u later af, dan zijn wij genoodzaakt de tijd die voor u gereserveerd is in rekening te brengen. U ontvangt hiervoor een nota van het ziekenhuis.

Tot slot

Denkt u eraan bij ieder bezoek aan het ziekenhuis een geldig legitimatiebewijs (paspoort, identiteitsbewijs, rijbewijs), een actueel medicatie overzicht en uw zorgverzekeringspas mee te nemen. Zijn uw gegevens (verzekering, huisarts, etc.) gewijzigd, meldt u dit dan bij de Registratie op de begane grond in de hal van het ziekenhuis.

Uw team

Op onze polikliniek werken naast de oogartsen ook een physician assistant (PA), optometristen, orthoptisten en TOA’s (technisch oogheelkundig assistenten). Zij zullen voorafgaand aan uw bezoek aan de oogarts de vooronderzoeken doen. Houdt u daarom rekening met een langere bezoektijd op onze polikliniek.
Daarnaast is Alrijne Ziekenhuis een opleidingsziekenhuis. Dit betekent dat u onderzocht kunt worden door een coassistent of behandeld kunt worden door een oogarts in opleiding, beide onder directe supervisie van uw oogarts. Heeft u hiertegen bezwaar, meldt u dit dan voor aanvang van de afspraak.

Meer informatie

Voor meer achtergrondinformatie over oogaandoeningen en de behandeling ervan kunt u kijken op www.oogartsen.nl. Deze informatieve site wordt onderhouden door onder anderen de oogartsen van Alrijne Ziekenhuis. U vindt er teksten, foto’s, filmpjes en handige links naar bijvoorbeeld patiënten verenigingen. Ook kunt u veel informatie vinden op www.oogheelkunde.org.

Vragen

Heeft u nog vragen en/of opmerkingen naar aanleiding van deze folder, stelt u deze dan aan uw oogarts of de medewerkers van de polikliniek Oogheelkunde.

De polikliniek Oogheelkunde Alrijne Ziekenhuis Leiden heeft routenummer 7 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via 071 517 83 24 van 08.30 tot 12.30 en van 13.30 tot 16.30 uur.

De polikliniek Oogheelkunde Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp heeft routenummer 7 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via 071 582 8058 van 08.30 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 16.30 uur.

De polikliniek Oogheelkunde Alrijne Ziekenhuis Alphen aan den Rijn heeft routenummer 40 en is van maandag tot en met vrijdag telefonisch te bereiken via 0172 467 058 van 08.30 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 16.30 uur.

De Spoedeisende Hulp (SEH) van Alrijne Ziekenhuis Leiderdorp is bij een spoedeisende zorgvraag buiten kantoortijden telefonisch te bereiken via 071 582 8905. Tijdens kantooruren staan de medewerkers van onze polikliniek u graag te woord.

Profiel foto

drs. E. (Elizabeth) Ganteris - Gerritsen

Oogarts

drs. B.I. (Barbara) Haeseker

Oogarts

dr. N.G.M. (Nanouk) Hermans - Wiemer

Oogarts

drs. R.C.M. (Marit) Maatman

Oogarts

dr. J. (Janna) Minderhoud

Oogarts

dr. M.T.P. (Monica) Odenthal

Oogarts

drs. R. (Ruud) van der Pol

Oogarts

drs. A.J.W. (Anthony) Raijmakers

Oogarts

drs. H. (Helen) van Santbrink - Bakker

Oogarts

drs. F.R. (Florentine) de Vries

Oogarts

Profiel foto

R.H.T. (Ruby) Hoogenboom

Optometrist

Profiel foto

L. (Linda) Hendrikse - Wiegman

Optometrist

Profiel foto

Mw. S.J.M. (Sarine) van Leeuwen

Optometrist

Profiel foto

A. (Angel) de la Llama Celis

Optometrist

Profiel foto

L. (Laura) Zwaagstra

Optometrist

Profiel foto

N. (Nataschja) Steendam - Kramer

Technisch oogheelkundig assistent

Profiel foto

M.T. (Marjolein) van Eijk

Technisch oogheelkundig assistent

Profiel foto

A.J. (Brammine) van Rijn

Technisch oogheelkundig assistent

Profiel foto

Dhr. M.B. (Bas) Muijzer

Technisch oogheelkundig assistent

Profiel foto

Mw. I.A.W. (Ingrid) Vreeswijk - Beijk

Technisch oogheelkundig assistent